Europese wetenschappers hebben beelden gepubliceerden van stervormingsgebieden in de Melkweg. De foto’s zijn gemaakt door de Herschel-telescoop, die in 2013 zijn laatste adem uitblies.

De foto’s zijn in de periode van 2009 tot 2013 gemaakt op ver-infrarode en submillimetergolflengten. Hierdoor zijn de koudste objecten in het heelal zichtbaar, zoals kosmisch stof. Dit kosmische stof maakt deel uit van het interstellaire materiaal, waaruit nieuwe sterren worden geboren. Kortom: op de nieuwe beelden zie je sterren geboren worden.

De foto’s zijn gemaakt in het kader van de Herschel Infrared Galactic Plane Survey, een onderzoek waarvoor de telescoop uiteindelijk 900 uur is gebruikt. In totaal is twee procent van de gehele hemel in kaart gebracht, waaronder een groot deel van de volledige schijf van de Melkweg. Hier huizen immers de meeste jonge sterren die vanaf de aarde te zien zijn.

De onderstaande beelden liegen er niet om. Er zijn gaspilaren zichtbaar met knopen van gas en stof. In deze gloeiende knopen ontstaan nieuwe sterren. “Deze foto’s zijn niet alleen fantastisch om te zien, maar vormen ook een rijke databron voor astronomen om de verschillende stervormingsfases in ons sterrenstelsel te bestuderen”, legt onderzoeker Sergio Molinari uit.

De beroemde Adelaarsnevel (M16).

De beroemde Adelaarsnevel (M16).

RCW 120: een emissienevel op ruim 4.000 lichtjaar van de aarde. De ster - niet zichtbaar op deze foto - heeft een bel om zich heen geblazen.

RCW 120: een emissienevel op ruim 4.000 lichtjaar van de aarde. De ster – niet zichtbaar op deze foto – heeft een bel om zich heen geblazen.

Op deze foto heeft Herschel zijn ogen gericht op het centrum van de Melkweg. Een drukke bedoeling!

Op deze foto heeft Herschel zijn ogen gericht op het centrum van de Melkweg. Een drukke bedoeling!

Links zie je de emissienevel NGC 6357, rechts is de nevel NGC 6334 - de Kattenpootnevel - zichtbaar.

Links zie je de emissienevel NGC 6357, rechts is de nevel NGC 6334 – de Kattenpootnevel – zichtbaar.

De ruwe data zijn te downloaden via het zogenoemde ESA Herschel wetenschappelijke archief. Het gaat hier om in totaal zeventig kaarten. Eind dit jaar kunnen onderzoekers een tweede bundel met gegevens verwachten.

Het is slim van de Europese ruimtevaartorganisatie om niet alleen de ruwe gegevens, maar ook de foto’s bij te voegen. Hierdoor zijn de interessante objecten direct zichtbaar. “Astronomen kunnen vervolgens objecten kiezen, die nader bestudeerd moeten worden”, zegt projectwetenschapper Göran Pilbratt.