De tijdelijke afname in luchtvervuiling zorgt er mogelijk voor dat duizenden mensen een vroegtijdige dood bespaard blijft.

Eerder deze maand bleek uit satellietgegevens van NASA al dat de concentratie stikstofdioxide – een gas dat uit wordt gestoten door motorvoertuigen, energiecentrales en de industrie – de afgelopen maanden is afgenomen. De afname wordt in verband gebracht met het coronavirus, waardoor veel Chinezen aan huis gekluisterd waren. Andere metingen wezen uit dat ook de concentratie fijnstof in bepaalde delen van China is afgenomen.

Levens gered
Het roept een interessante vraag op, zo schrijft de Amerikaanse onderzoeker Marshall Burke. We weten namelijk dat een vervuilde lucht ernstige consequenties kan hebben voor de volksgezondheid. Is het – met dat in het achterhoofd – denkbaar dat de coronacrisis in China ook levens heeft gered? En misschien zelfs meer levens heeft gered dan gekost? Om die vraag te beantwoorden, voerde Burke een aantal calculaties uit. En op basis daarvan moet hij – voorzichtig – concluderen dat het aannemelijk is dat een verbetering van de luchtkwaliteit – ook al houdt die maar een maand of twee aan – waarschijnlijk meer levens heeft gered dan het coronavirus in eerste instantie heeft gekost.


De calculaties
Burke gaat er in zijn berekeningen vanuit dat de concentratie fijnstof in China in januari en februari afnamen met zo’n 10 µg/m3 (ten opzichte van de gemiddelde concentratie in dezelfde maanden in 2018 en 2019). Die afname komt overeen met de afname die sensoren in vier belangrijke steden – Beijing, Shanghai, Chengdu en Guangzhou – in China de afgelopen maanden hebben gemeten. Verder gaat hij ervan uit dat die afname twee maanden standhoudt en alleen zichtbaar is in sommige stedelijke gebieden (zie kader).

Niet overal in China is de luchtkwaliteit sinds het coronavirus in het land om zich heen grijpt, verbeterd. De luchtkwaliteit verbeterde eigenlijk alleen in steden waar de lucht ’s winters vervuild wordt door de uitstoot van auto’s en de industrie. In gebieden en steden waar de luchtvervuiling voornamelijk ontstaat door het verwarmen van woningen, nam de uitstoot van vervuilende stoffen nauwelijks af.

Vervolgens haalde Burke er andere studies bij om te achterhalen welk effect een verbetering van de luchtkwaliteit heeft op de volksgezondheid. Daarbij keek hij onder meer naar een studie uit 2016, eveneens uitgevoerd in China. Deze studie onthulde dat een verbetering van de luchtkwaliteit die plaatsvond rond de Olympische Spelen in Beijing resulteerde in een afname van het aantal sterftes in met name twee bevolkingsgroepen: kinderen onder de vijf en mensen boven de 65.

77.000 levens gered
Afgaand op al die data berekende Burke dat de twee maanden durende verbetering van de luchtkwaliteit – heel concreet: de afname van de concentratie fijnstof – er naar schatting voor zorgt dat 4000 kinderen jonger dan vijf jaar en 73.000 ouderen (ouder dan 70 jaar) een vroegtijdige dood bespaard blijft. Het aantal levens dat volgens deze calculaties gespaard is, ligt hoger dan het aantal levens dat het coronavirus in eerste instantie geëist heeft (zie kader).


Sterfte
Op dit moment weten we ongeveer hoeveel slachtoffers het coronavirus geëist heeft. Maar dat zijn directe slachtoffers. Het is niet ondenkbaar dat het virus – indirect – nog meer slachtoffers eist, zo benadrukt Burke. Zo kan bijvoorbeeld de verstoring van de economie – en daaruit voortvloeiende daling van inkomens of zelfs armoede – uiteindelijk ook nog leiden tot meer gezondheidsproblemen en sterfte. Ook kan het zijn dat er door toedoen van het coronavirus meer mensen sterven aan andere ziektes; zij krijgen in overvolle ziekenhuizen misschien niet in de zorg die ze nodig hebben. Als je al die neveneffecten van het coronavirus bij elkaar op zou tellen, is het niet meer zo zeker of het aantal mensen dat door de verbeterde luchtkwaliteit een vroegtijdige dood bespaard is gebleven, ook daadwerkelijk hoger uitvalt dan het aantal mensen dat door toedoen van het coronavirus is overleden.

Gevaarlijke lucht
Het is belangrijk om je te realiseren dat de berekeningen van Burke slechts schattingen zijn. Pas later – als we alle data hebben en de coronacrisis voorbij is – zal moeten blijken of een verbetering van de luchtkwaliteit daadwerkelijk geresulteerd heeft in een afname in sterfte. Maar wat het onderzoek van Burke nu al wel op indringende wijze laat zien, is dat vervuilde lucht – helaas een alledaags verschijnsel in veel landen – nog altijd gevaarlijker is dan menig virus, waaronder het nieuwe coronavirus. Het is in lijn met een studie die vorige maand verscheen en waarin onderzoekers waarschuwden dat de wereld voor een ‘luchtvervuiling-pandemie’ staat. In de studie concludeerden onderzoekers dat luchtvervuiling het leven van mensen verkort en dat dat gebeurt op een schaal die veel groter is dan de schaal waarop oorlogen, geweld, parasitaire ziekten, HIV/AIDS en roken dat doen. Naar schatting veroorzaakte luchtvervuiling in 2015 alleen al een extra 8,8 miljoen vroegtijdige sterftegevallen. En gemiddeld leven mensen wereldwijd door een vervuilde lucht zo’n drie jaar korter. “Aangezien de impact die luchtvervuiling op de volksgezondheid heeft, veel groter is dan gedacht en een wereldwijd fenomeen is, denken wij dat onze resultaten laten zien dat er sprake is van een ‘luchtvervuiling-pandemie’,” aldus de onderzoekers.

De snelle berekeningen van Burke onthullen niet alleen dat luchtvervuiling een reële bedreiging is. Maar zetten mensen hopelijk ook aan het denken. Nu we allemaal aan huis gekluisterd zijn, niet of nauwelijks meer in vliegtuigen stappen en de auto op de oprit staat, komen we misschien wel tot de ontdekking dat een dagje in de week thuiswerken helemaal zo erg niet is. Of dat we die overzeese vergadering ook wel via Skype kunnen organiseren. Kortom: we gaan hopelijk inzien dat veel van de vervuilende gewoontes die we er dagelijks op nahouden, ook anders kunnen. “Misschien kan COVID-19 ons – als we het overleven – helpen om minder vervuilende manieren te vinden om ons werk te doen,” zo stelt Burke.