Onderzoekers zochten het uit en ontdekten maar weer eens dat klimaatverandering ontzettend complex is.

Ongeveer 34 miljoen jaar geleden ontstonden de ijskappen van Antarctica. En dat ging razendsnel. Nog altijd is niet helemaal helder hoe het continent in zo’n korte tijd zulke enorme ijskappen kon verkrijgen. Er zijn grofweg twee theorieën over.

De eerste theorie
De eerste theorie gaat uit van een klimaatverandering. Onderzoek heeft uitgewezen dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer zo’n 66 miljoen jaar geleden afnam. Zodra de CO2-concentratie onder een bepaalde grens viel, daalde de temperatuur op aarde zo sterk dat Antarctica de ijskappen kon verkrijgen waar we nu zo vertrouwd mee zijn.

De tweede theorie
Een andere theorie wijdt het allemaal aan veranderingen in de circulatie van het oceaanwater. Ongeveer 35 miljoen jaar geleden werd de Straat Drake – gelegen tussen het zuidelijke tipje van Zuid-Amerika en Antarctica – opeens veel groter. De grotere afstand tussen Antarctica en Zuid-Amerika veranderde de circulatie van het oceaanwater enorm en leidde tot het ontstaan van de westenwinddrift, een zeestroom die oostwaarts om Antarctica loopt. Deze zorgde ervoor dat warmer, minder zout water uit de Atlantische en Stille Oceaan Antarctica niet meer kon bereiken, waardoor de landmassa eigenlijk heel geïsoleerd kwam te liggen en de temperaturen op het continent geleidelijk aan daalden.

WIST JE DAT…

Een combinatie
Twee heel plausibele theorieën. Maar welke klopt nu? Nou, zo stellen onderzoekers nu in het blad Nature Geoscience, ze kloppen allebei een beetje. De onderzoekers verklaren het ontstaan van de Antarctische ijskappen namelijk door beide theorieën te combineren. Allereerst zorgde de Straat Drake ervoor dat de circulatie van het water veranderde en warmer water naar het noorden werd gevoerd. Hierdoor koelde Antarctica al enigszins af. Ondertussen was de CO2-concentratie al aan het dalen. Maar die daling kreeg een boost doordat de veranderde stromingen in de oceaan resulteerden in meer regenval, waardoor de CO2 als het ware uit de lucht werd gespoeld. Het koolzuurhoudende regenwater zorgde ervoor dat silicaathoudende gesteenten erodeerden. En dat proces leidde ertoe dat er langzaam maar zeker meer CO2 gevangen kwam te zitten in kalksteen. De veranderde stromingen in de oceaan in combinatie met een dalende concentratie CO2 leidden uiteindelijk tot het bevroren gezicht dat we van Antarctica gewend zijn.

Dat men niet eerder op het idee gekomen is om beide theorieën te combineren, is volgens onderzoeker Galen Halverson goed te verklaren. Beide theorieën spelen zich namelijk op hun eigen tijdschaal af. Veranderingen in de oceaanstromingen spelen op een schaal van duizenden jaren. De daaruit voortvloeiende erosie van silicaathoudende gesteenten heeft pas op een schaal van honderdduizenden jaren een waarneembaar effect op het wereldwijde klimaat. “Het is een interessante les voor ons,” vindt Halverson. “We zien hoe complex klimaatveranderingen kunnen zijn en hoe groot het effect van veranderende stromingen in de oceaan op het klimaat is wanneer je er op een geologische tijdschaal naar kijkt.”