Op elk moment zouden in het tijdperk der T. rex zeker 20.000 van deze angstaanjagende dino’s in Noord-Amerika hebben rondgewandeld.

Wie het – al dan niet na het zien van Jurassic Park – al Spaans benauwd krijgt van de gedachte één Tyrannosaurus rex tegen het lijf te lopen, doet er misschien goed aan om het nieuwste onderzoeksartikel dat enkele paleontologen in het blad Science hebben gepubliceerd, links te laten liggen. In het artikel rekenen de onderzoekers uit hoeveel T. rex-en er tijdens het Krijt in Noord-Amerika rond stampten. En dat waren er nogal wat; naar schatting zo’n 2,5 miljard!

Eerste schatting
Het is voor het eerst dat onderzoekers een inschatting maken van het aantal T. rex-en dat op aarde heeft rondgewandeld. Lang werd gedacht dat het onmogelijk was om de omvang van een allang uitgestorven populatie – zoals die van de T. rex – vast te stellen. Maar onderzoekers hebben zich er nu toch aan gewaagd. Ze baseren zich daarbij onder meer op de enorme schat aan informatie die met name de laatste decennia over de T. rex is verzameld.

Afgaand op die informatie schatten de onderzoekers dat er op elk willekeurig moment tijdens het ontstaan en uitsterven van de T. rex zo’n 20.000 volwassen T. rex-en in Noord-Amerika rondliepen. Het zou betekenen dat er in de 2,5 miljoen jaar dat deze dino’s op aarde rondliepen, zo’n 2,5 miljard exemplaren hebben geleefd.

Onzekerheid
De genoemde getallen zijn grove schattingen en worden omgeven door een enorme marge. De berekeningen wijzen bijvoorbeeld uit dat het het meest waarschijnlijk is dat er ten tijde van de T. rex op elk moment wel 20.000 T. rex-en in Noord-Amerika rondliepen. Maar tegelijkertijd wijzen de statistieken uit dat er 95 procent kans is dat het aantal T. rex-en op elk willekeurig moment tussen de 1300 en 328.000 individuen lag. Het betekent dat ook het totale aantal T. rex-en dat op aarde rond heeft gelopen in werkelijkheid gevarieerd kan hebben tussen de 140 miljoen en 42 miljard.

Warmbloedig
Die onzekerheid is met name te herleiden naar het feit dat er nog veel onduidelijkheid is over de ecologie van Tyrannosaurus rex. Zo is bijvoorbeeld nog onduidelijk in hoeverre T. rex warmbloedig was. “Hoe warmer het bloed, hoe meer energie nodig is om in leven te blijven,” legt onderzoeker Charles Marshall aan Scientias.nl uit. “Dus hoe minder individuen er ook per hectare door het ecosysteem in stand kunnen worden gehouden.”

Om toch een beeld te krijgen van de populatiedichtheid, lieten de onderzoekers zich verder onder meer leiden door de lichaamsmassa van T. rex. “Grote dieren vereisen meer voedsel, dus zijn er doorgaans ook minder grote dan kleine dieren per hectare te vinden,” vertelt Marshall. “Dus door een inschatting te maken van de lichaamsmassa van T. rex konden we ook de populatiedichtheid inschatten.” Daarnaast doken de onderzoekers in de wetenschappelijke literatuur over T. rex om onder meer ook een beeld te krijgen van hoe oud de dinosaurussen werden en op welke leeftijd ze seksueel volwassen waren (zie kader). Op basis van eerdere studies stellen de onderzoekers dat T. rex waarschijnlijk rond 15,5 jaar seksueel volwassen was en doorgaans stierf wanneer deze eind in de twintig was. De gemiddelde lichaamsmassa voor een volwassen T. rex was zo’n 5,2 ton. Al die informatie samen leidt de onderzoekers vervolgens weer tot de conclusie dat een generatie T. rex-en zo’n 19 jaar besloeg en dat de gemiddelde populatiedichtheid ongeveer 1 T. rex per 100 vierkante kilometer was. Vervolgens hoefde men alleen de omvang van het leefgebied nog maar te achterhalen om vast te stellen hoeveel volwassen T. rex-en er op een willekeurig moment leefden. Dat waren er naar schatting zo’n 20.000. De soort bestond vervolgens zo’n 2,5 miljoen jaar, oftewel 127.000 generaties. En dat resulteert dan weer in ongeveer 2,5 miljard volwassen T. rex-en in totaal.

De jonkies tellen niet mee
De onderzoekers kiezen er in hun studie heel bewust voor om alleen over volwassen T. rex-en te spreken. Van onvolwassen exemplaren is namelijk helemaal niet bekend welke rol ze in hun ecosystemen speelden. Er zijn ook maar weinig onvolwassen T. rex-en teruggevonden. Sommige onderzoekers denken dat de kinderen van T. rex-en apart van hun ouders leefden en ook op heel andere prooien joegen. Maar er is te weinig informatie voorhanden om een populatiedichtheid van onvolwassen T. rex-en te berekenen. En daarom beperken de onderzoekers zich tot volwassen exemplaren.

Weinig resten
Als er op elk moment zo’n 20.000 volwassen T. rex-en rond hebben gelopen – en mogelijk nog veel meer jongen – dan kun je je natuurlijk afvragen waarom we er zo weinig hebben teruggevonden. “Er zijn vandaag de dag in musea ongeveer 32 relatief goed bewaard gebleven volwassen T. rex-en te vinden,” stelt Marshall. “Het betekent dat we slechts 1 op de 80 miljoen van alle volwassen T. rex-en die ooit hebben geleefd, ontdekt hebben.” Dat is overigens niet zo heel gek. “De kans dat een T. rex begraven raakt, dan fossiliseert en vervolgens 66 miljoen jaar later weer bloot komt te liggen is ontzettend klein.”

Missende soorten
Hoewel de schattingen zoals gezegd nog wel wat kunnen worden aangescherpt, zijn Marshall en collega’s wel overtuigd van de berekeningen die eraan ten grondslag liggen. En deze kunnen in de toekomst dan ook gebruikt worden om ook de omvang van andere allang uitgestorven populaties in kaart te brengen. En wellicht kan de aanpak ons zelfs helpen om een inschatting te maken van hoeveel soorten er tijdens opgravingen niet worden teruggevonden. “We hebben de resten van ongeveer 100 (voornamelijk incomplete, red.) T. rex-en teruggevonden,” legt Marshall uit. En omdat we nu weten hoeveel T. rex-en er hebben geleefd, kunnen we uitrekenen hoe groot de kans is dat een T. rex fossiliseert en miljoenen jaren later wordt herontdekt. “Als er 100 keer minder T. rex-en waren geweest, dan hadden we waarschijnlijk slechts 1 fossiel teruggevonden. Waren er 1000 keer minder T. rex-en geweest, dan hadden we waarschijnlijk helemaal niets teruggevonden. Doordat we nu weten welk percentage behouden blijft, kunnen we ook in gaan schatten hoe groot de kans is dat we soorten – die bijvoorbeeld veel minder lang leefden, een kleiner leefgebied hadden en veel kwetsbaarder waren – niet terugzien in ons fossielenbestand.”

Het onderzoek opent zo de deur naar interessante vervolgstudies. “Het is verrassend hoeveel we over deze dinosaurussen weten en hoeveel meer we op basis daarvan kunnen berekenen,” vindt Marshall. “We kunnen zo onze onze kennis over vergane werelden die we alleen kunnen leren kennen door fossielen, vergroten. En het legt de basis voor nieuwe inzichten.” Zo kan een beter beeld van de omvang van populaties bijvoorbeeld onthullen hoe sterk de selectiedruk moest zijn om bepaalde nieuwe eigenschappen in de populatie door te drukken. En tenslotte kunnen we de aanpak dus ook aanwenden om een idee te krijgen van het aantal soorten dat niet gefossiliseerd is en zo voorgoed aan onze aandacht dreigt te ontsnappen. “Het kan ook een manier zijn om te gaan kwantificeren wat we niet weten.”