Het klimaatakkoord uit 2015 krijgt nog niet echt handen en voeten.

Die conclusie kan getrokken worden nu de klimaattop in Bonn ten einde is en alle regeringsleiders weer huiswaarts keren. In hun koffer? Voornamelijk beloftes en ambities. Want tot harde afspraken die uit zouden monden in het nakomen van de beloftes die twee jaar eerder in het klimaatakkoord van Parijs (zie kader) werden opgetekend, kwam het niet.

Het klimaatakkoord van 2015
Twee jaar geleden ondertekende vrijwel de gehele wereld het klimaatakkoord van Parijs. Daarin beloven de landen er alles aan te doen de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken. En zelfs te streven naar een opwarming van maximaal 1,5 graad. Die laatste belofte is niet zomaar uit de lucht gegrepen: veel kleine eilanden en kwetsbare landen zullen het hoofd niet boven water kunnen houden als de aarde meer dan die 1,5 graad Celsius opwarmt. Het klimaatakkoord van Parijs was een doorbraak. Maar het bleef bij beloftes en ambities: concrete afspraken over het terugdringen van de uitstoot – nodig om de opwarming van de aarde te beperken – bleven uit. Daarover moest tijdens toekomstige klimaattoppen een ei worden gelegd. En de eerste is nu dus achter de rug: de klimaattop van Bonn. Maar regeringsleiders slaagden er tijdens deze top dus niet in om concrete afspraken te maken waarmee we echt afstevenen op de in Parijs beloofde klimaatmitigatie.

Wat is er tijdens de klimaattop dan wel bereikt?
In zekere zin kun je deze klimaattop zien als een springplank. Tijdens deze klimaattop zijn de voorbereidingen getroffen die tijdens de volgende klimaattop (in 2018 in Polen) moeten leiden tot concrete afspraken die ook daadwerkelijk leiden tot een beperking van de opwarming van de aarde. Zo hebben landen afgesproken dat er een stappenplan moet komen om het klimaatakkoord van Parijs handen en voeten te kunnen geven. Eén van de te maken stappen? Afspraken maken over hoe landen hun CO2-uitstoot moeten meten en melden. Daarnaast hebben de deelnemende landen beloofd vóór de klimaattop in Polen al te starten met het herzien van hun nationale klimaatbeleid. Gehoopt wordt dat dergelijk ‘huiswerk’ het straks gemakkelijker maakt om in Polen op internationaal niveau afspraken te maken over emissiebeperkingen die wellicht nog net iets verder gaan.

Wat als er niks gebeurt?

Wat als we het klimaatakkoord van Parijs geen handen en voeten geven? Op dit moment is de aarde al meer dan 1 graad Celsius opgewarmd. Zonder internationale klimaatafspraken stevenen we af op een opwarming van 3 graden Celsius of meer.

Concrete afspraken
Daarnaast zijn er sporadisch ook wel enkele concrete afspraken gemaakt. Zo is er een Powering Past Coal Alliance opgericht waarin 25 landen, staten en regio’s zitten die beloven versneld afscheid te nemen van kolen. Ook zijn er verschillende financiële toezeggingen gedaan die ingezet zullen worden om (armere) landen te helpen over te stappen op duurzame energie of maatregelen te treffen om hun bevolking te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Al met al is de uitkomst als het gaat om concrete afspraken wat dunnetjes. Wat de klimaattop wel opgeleverd heeft? Tamelijk duidelijke plannen voor het maken van die concrete afspraken. Patricia Espinosa – die de klimaattop namens de VN en in samenwerking met de Duitse regering organiseerde – noemt de klimaattop “een lanceerplatform dat ons naar de volgende fase met grotere ambities kan brengen”.

Ambities blijven
Want de ambities uit 2015 staan na de klimaattop van Bonn nog als een huis. Sterker nog: de wereld lijkt – op één land na – eensgezinder dan ooit als het gaat om het klimaatbeleid. Espinosa denkt dat wel te kunnen verklaren. “De klimaattop in Bonn vond plaats met ernstige en nog niet eerder geziene natuurrampen op de achtergrond, rampen die huizen, families en economieën in Azië, het Caribisch gebied en Amerika raakten. Dat herinnerde ons aan de urgentie van onze collectieve taak.”

Hoe zit het met de VS?
Eerder dit jaar gaf de VS – onder de bezielende leiding van president Donald Trump – aan uit het klimaatakkoord van Parijs te willen stappen. Naar verwachting duurt het wel een paar jaar voor de Amerikanen helemaal van het akkoord af zijn. Maar de boodschap van Trump was duidelijk: op klimaatgebied hoeven we van de Amerikaanse regering weinig tot niets te verwachten. Verschillende Amerikaanse bedrijven, Amerikaanse gouverneurs en ambtenaren op lokaal niveau blijven zich echter onverminderd inzetten voor de beloftes uit het Parijse klimaatakkoord. En als zij de handen ineenslaan, kan de VS – buiten Trump om – wellicht nog steeds de uitstoot flink terugdringen.

Hoewel er tijdens de klimaattop kleine stapjes gezet zijn in de juiste richting zijn klimaat- en milieuorganisaties niet heel enthousiast. “Over het algemeen is er te veel gepraat en te weinig actie ondernomen,” stelt Greenpeace. Het Wereld Natuur Fonds dringt er ondertussen bij deelnemende landen op aan om snel met concrete plannen te komen. “In een jaar dat gekenmerkt wordt door extreme weerrampen en mogelijk de eerste toename in CO2-uitstoot in vier jaar, is de paradox tussen wat wij doen en wat er moet gebeuren duidelijk: landen moeten grotere klimaatambities tonen en ons op weg helpen naar een 1,5 graad Celsius-toekomst,” aldus Manuel Pulgar-Vidal, namens het WNF. Er blijft na deze klimaattop dus werk aan de winkel. Misschien wel meer dan menigeen gehoopt had.