Er is een gebrek aan consistentie en transparantie waardoor het akkoord uit elkaar dreigt te vallen.

Het is alweer bijna vier jaar geleden dat landen van over de hele wereld in Parijs bijeenkwamen om te praten over het klimaat. Deze Parijse klimaattop werd na afloop als een redelijk succes bestempeld. Er rolde namelijk een akkoord uit, ondertekend door maar liefst 186 landen die samen goed zijn voor 96,5 procent van de wereldwijde uitstoot. De afspraken? De opwarming van de aarde mag in 2100 niet boven de 2 graden Celsius uitkomen. Sterker nog: landen gaan streven naar een opwarming van niet meer dan 1,5 graad Celsius (ten opzichte van pre-industriële temperaturen). Toch werden er al snel vraagtekens bij het akkoord gezet en vroeg men zich af of deze afspraken misschien niet iets té ambitieus zijn. Steeds vaker moeten wetenschappers stellen dat we de afspraken gemaakt in het akkoord niet gaan halen. En dat heeft volgens een nieuwe studie mede te maken met loze toezeggingen van landen die het eens zo veelbelovende akkoord ondertekenden.

Toezeggingen
“Het klimaatakkoord van Parijs was een stap in de goede richting voor het internationale klimaatbeleid,” zegt hoofdauteur van de nieuwe studie Lewis King. “Maar in zijn huidige vorm is het op zijn best ontoereikend en in het slechtste geval gaat het helemaal niet werken.” Dit heeft ermee te maken dat landen zelf hun klimaatdoelstellingen mogen bepalen. En houd je deze zelfbedachte voornemens wat beter onder de loep, dan blijkt dat sommige toezeggingen veel ambitieuzer lijken dan dat is in werkelijkheid zijn. “Het Parijsverdrag liet heel veel vrijheid aan landen,” legt Jeroen van den Bergh aan Scientias.nl uit. “Het is feitelijk geen echt akkoord, maar een verzameling van vrijwillige offers van landen. Het huidige format van de toezeggingen betekent dat het moeilijk is om nauwkeurig te beoordelen en te vergelijken wat de toezeggingen in werkelijke emissietermen betekenen.”


Genezen

Voorkomen is beter dan genezen. Maar als het niet gaat lukken om de uitstoot van broeikasgassen een halt toe te roepen, moet er toch naar andere manieren gekeken worden om de schade te beperken. En gelukkig doen er wel wat ideeën de ronde. Zo willen onderzoekers bijvoorbeeld ijzer inzetten tegen klimaatverandering. Door het ijzer neemt de groei van fytoplankton toe, dat de hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer helpt te verminderen.

Verschillende doelstellingen
Het komt erop neer dat die nationale toezeggingen om de hoeveelheid broeikasgassen die uitgestoten worden te beperken, niet overeenkomen met de doelstellingen uit het Parijse klimaatakkoord. Volgens de onderzoekers is er een gebrek aan consistentie en transparantie tussen die verschillende toezeggingen. “Landen hebben veel verschillende emissiedoelstellingen opgesteld,” legt Van den Bergh desgevraagd uit. Er zijn zogezegd drie verschillende categorieën. “(1) Landen willen bijvoorbeeld de emissies verlagen ten opzichte van een situatie in het verleden (ten opzichte van een basisjaar, red.), (2) minder emissiegroei in 2030 dan onder een scenario zonder klimaatbeleid, of (3) het verlagen van de koolstofintensiteit van het bnp.” Deze toezeggingen in verschillende categorieën maken dat er geen duidelijk beeld wordt geschapen van de emissiereducties.

Gebrek aan ambitie
Volgens de onderzoekers schort het voornamelijk aan een gebrek aan ambitie bij sommige landen. “Veelzeggend is dat we ontdekten dat Noord-Amerika en de Europese Unie de enige regio’s waren die absolute emissiereductie nastreven,” stelt King. “In het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Azië gaan die juist aanzienlijk toenemen.” In de studie noemen de onderzoekers Rusland, Pakistan en India als voorbeeld. Rusland gebruikt voor het meten van de de uitstoot een basisjaar uit het verleden, Pakistan gebruikt het scenario zonder klimaatbeleid en India meet op basis van de koolstofintensiteit van het bnp. Alle drie beloofden ze hun emissies terug te dringen, maar in de praktijk lijkt daar niets van terecht te komen en zijn deze tegen 2030 juist toegenomen.


Vergelijken
Allereerst keken de onderzoekers naar landen die soortgelijke beloftes hadden gedaan en probeerden die vervolgens met elkaar te vergelijken. Dit deden ze door eerst een normalisatie toe te passen. Zo werd bijvoorbeeld Rusland met Australië vergeleken die beide gebruik maken van een basisjaar. En hieruit bleek iets opvallends. Rusland streeft namelijk naar een vermindering van de uitstoot met 25 procent ten opzichte van het basisjaar 1990, wat op het eerste gezicht overeen lijkt te komen met de reductie van 26 – 28 procent in Australië ten opzichte van 2005. Maar als we beide vergelijken met de uitstoot in 2015, dan zien we de uitstoot van Australië dalen met 9 procent, terwijl die van Rusland toeneemt met 13 procent. Dit verschil heeft ermee te maken dat het emissieniveau in 1990 in Rusland aanzienlijk hoger was. “We vergeleken Pakistan met Mexico omdat ze beide vergelijkbare procentuele afnames beloofden over een emissiereductie ten opzicht van een scenario zonder klimaatbeleid: respectievelijk 20 en 22 procent,” vertelt Van den Bergh. “Maar na normalisatie vinden we dat Mexico’s broeikasgasemissies met 11 procent dalen ten opzichte van 2015, terwijl die van Pakistan stijgen met 182 procent.” En dat is natuurlijk een behoorlijk verschil. “We claimen niet dat dit per definitie oneerlijk is,” gaat Van den Bergh verder. “Pakistan is veel armer en moet nog veel ontwikkelen en economisch groeien. Wat we echter wel laten zien is dat een directe vergelijking niet mogelijk is, maar dat we eerst een normalisatie moeten toepassen.” India en China meten beide op basis van bnp-emissies. “Dit biedt geen garantie voor een emissiereductie of zelfs maar voor een beperkte emissiegroei,” zegt Van den Bergh. “Dit komt omdat het bnp veel kan groeien en dus de verlaging van de koolstofintensiteit kan compenseren.”

Historische en verwachte emissies van India, Rusland, Pakistan, Mexico en Australië. Afbeelding: uit paper

Volgens de onderzoekers is het duidelijk. “Veel landen hebben bepaalde categorieën gekozen om niet al te transparant te zijn over hun weinig ambitieuze doelen,” aldus Van den Bergh. “Dit geldt bijvoorbeeld voor Arabische olie-exporteurs.” Deze landen framen hun beloftes dus zo dat het lijkt alsof hun uitstoot afneemt, maar in werkelijkheid neemt deze juist toe. En door de vrijheden in het Parijse klimaatakkoord zijn dit soort ‘slimmigheden’ dus mogelijk. “De samenleving heeft het recht om de beloftes van landen op het gebied van klimaatverandering duidelijk te begrijpen en te kunnen vergelijken,” vindt King. “Inclusief of ze wel eerlijk en ambitieus zijn en optellen bij internationale klimaatdoelstellingen. Bovendien weten we dat het verstrekken van consistente en gemakkelijk vergelijkbare informatie over nationaal klimaatdoelen helpen bij de publieke acceptatie.” Het Parijse klimaatakkoord lijkt dus te weinig begrenst en teveel ruimte open te laten voor eigen interpretatie. Maar waarom? “Als er één lijn was getrokken waren veel landen buiten het verdrag gebleven,” licht Van den Bergh toe. Het Parijse klimaatakkoord lijkt dus door onze vingers te glippen. En of er toch nog een sprankeltje hoop is dat we het gaan halen? Van den Bergh denkt van niet. “We stevenen ook met het akkoord af op een opwarming van drie tot vier graden Celsius. En meer is zelfs niet uitgesloten.”