Dat suggereren 12.000 jaar oude ijskernen op Antarctica.

In de atmosfeer bevindt zich methaan: een krachtig broeikasgas. Hoeveel methaan er in de atmosfeer zit, kunnen onderzoekers heel nauwkeurig meten. Ook kunnen ze nauwkeurig volgen hoe die atmosferische methaanconcentratie zich door de tijd heen ontwikkelt. Maar wat onderzoekers niet precies weten, is waar dat methaan vandaan komt.

Natuur versus mens
Een deel van het methaan in de atmosfeer wordt namelijk gegenereerd door de natuur: het komt bijvoorbeeld vrij tijdens de afbraak van organisch materiaal. Een ander deel van het atmosferische methaan wordt gegenereerd door de mens: het komt onder meer vrij tijdens het winnen en gebruik van fossiele brandstoffen en door de veeteelt. Wat onduidelijk is, is welk deel van het atmosferisch methaan door ons is gegenereerd. Maar in het blad Nature schrijven onderzoekers nu dat ze erin geslaagd zijn om uit te vogelen hoeveel methaan wij mensen in de lucht pompen. En het is meer dan gedacht.

WIST JE DAT…

IJskernen
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van ijskernen die ze op Antarctica hebben opgeboord. De kernen zijn tot wel 12.000 jaar oud en bestaan uit ijslagen met daarin luchtbubbels. Die luchtbubbels zijn eigenlijk een soort tijdcapsules: ze geven een kijkje in de samenstelling van de atmosfeer ten tijde van het ontstaan van de ijslaag. Deze ijskernen kunnen dan ook onthullen hoe de atmosfeer tot zo’n 12.000 jaar geleden in elkaar stak. En dat is interessant. Want 12.000 jaar geleden brachten mensen nog geen methaan in de atmosfeer. Daar zijn we pas mee begonnen tijdens de Industriële Revolutie. De 12.000 jaar oude kernen bevatten dan ook alleen methaan dat door de natuur gegenereerd is. En aangezien aangenomen wordt dat de methaanuitstoot van natuurlijke bronnen door de tijd heen gelijk is gebleven, kunnen deze kernen onthullen hoeveel methaan de natuur uitstoot. Dat hoeven we vervolgens alleen maar van de totale methaanuitstoot af te trekken om te vernemen hoeveel methaan wij mensen genereren. “Teruggaan naar de tijd vóór antropogene activiteiten – vóór de Industriële Revolutie – versimpelt het beeld en stelt ons in staat om de natuurlijke bronnen heel accuraat in te schatten,” stelt onderzoeker Vasilii Petrenko.

Goed nieuws
En de natuurlijke methaanuitstoot blijkt drie tot vier keer lager uit te vallen dan eerder werd gedacht. En dat betekent dat de antropogene methaanuitstoot groter is. Heel concreet: naar schatting stoten wij mensen zeker 25 procent meer methaan uit dan gedacht. En dat is ergens goed nieuws, legt Petrenko uit. Het betekent namelijk dat we een grotere invloed hebben op de atmosferische methaanconcentratie dan gedacht en met het beperken van ons gebruik van fossiele brandstoffen dus een grotere impact kunnen hebben op het veranderende klimaat.

Het onderzoek suggereert bovendien dat de kans dat een verdere opwarming van de aarde resulteert in het vrijkomen van veel methaan – dat bijvoorbeeld in permafrost zit opgeslagen – klein is. “De oude luchtmonsters (in de ijskernen, red.) onthullen dat dit soort scenario’s omtrent natuurlijke methaanuitstoot niet zo belangrijk zijn.”