Maar dat wil zeker niet zeggen dat we nu achterover kunnen leunen.

Het gat in de ozonlaag (zie kader) bereikte op 8 september zijn maximale omvang en mat toen zo’n 10 miljoen vierkante kilometer. Dat lijkt misschien behoorlijk, maar het is een relatief klein oppervlak. Sterker nog: onderzoekers hebben nog nooit zo’n kleine maximale omvang van het gat in de ozonlaag gemeten. Een record dus!

Over het gat in de ozonlaag
Ozon is een molecuul dat is opgebouwd uit drie zuurstofatomen en is te vinden in de stratosfeer: een op ongeveer 40 kilometer hoogte gelegen laag in de aardatmosfeer. Daar vormt het de zogenoemde ‘ozonlaag’ die het oppervlak van onze planeet beschermt tegen schadelijke UV-straling en het leven op aarde mogelijk maakt. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten onderzoekers dat deze belangrijke ozonlaag ernstig is aangetast door bepaalde drijfgassen (cfk’s) die onder meer massaal werden toegepast in spuitbussen en koelkasten. Wanneer deze ckf’s in de ozonlaag terecht komen, worden ze – onder invloed van UV-straling – afgebroken, waardoor chloorradicalen ontstaan die op hun beurt de ozonmoleculen weer afbreken. Met name boven Antarctica was de concentratie ozon hierdoor zodanig afgenomen dat er ook wel gesproken werd van een ‘gat in de ozonlaag’. Dit ‘gat’ – dat dus geen echt gat is, maar een gebied waarin de concentratie ozon simpelweg veel kleiner is dan normaal – ontstaat tegen het einde van de winter, wanneer de zon dit deel van de stratosfeer weer gaat beschijnen en de drijfgassen opbreekt, zodat ozonvernietigende stoffen ontstaan. In reactie op de ontdekking van dit ‘gat in de ozonlaag’ werd het Montreal Protocol opgesteld, waarin landen wereldwijd beloofden de productie van ozonvernietigende stoffen terug te schroeven.

Dat het gat in de ozonlaag dit jaar zo klein is, is volgens onderzoeker Paul Newman geweldig nieuws. “Maar het is belangrijk om te erkennen dat wat we dit jaar zien te wijten is aan hogere stratosferische temperaturen. Het is geen teken dat het atmosferisch ozon zich plotseling versneld herstelt,” zo benadrukt hij.


Hogere temperaturen
Hogere temperaturen in de stratosfeer hebben de vernietiging van ozon dit jaar dus flink afgeremd. Maar hoe dan precies? De chemische reacties die leiden tot het ontstaan van ozonvernietigende stoffen, vereisen de aanwezigheid van wolken in de stratosfeer. De chemische reacties vinden namelijk plaats op het oppervlak van de deeltjes waaruit deze wolken zijn opgebouwd. Bij hogere temperaturen ontstaan er minder stratosferische wolken, die bovendien korter stand houden. En zo kunnen hogere temperaturen de afbraak van ozonmoleculen afremmen.

Dit jaar lagen de temperaturen in de stratosfeer juist op het moment dat ozonvernietigende stoffen normaliter hun slag slaan, maar liefst 16 graden Celsius hoger dan normaal. Daarnaast werd de sterke straalstroom die normaliter in september boven Antarctica te vinden is, behoorlijk afgeremd, waardoor ozonrijke lucht af kon dalen naar het lagere deel van de stratosfeer, waar ozon normaliter wordt afgebroken. Doordat daar nu veel minder afbraak plaatsvond door de hogere temperaturen en er ook nog eens ozon vanuit hogere delen van de stratosfeer werd aangevoerd, lag de concentratie ozon er dit jaar ongebruikelijk hoog, aldus wetenschappers.


1988 en 2002
Het is volgens onderzoekers de derde keer in veertig jaar tijd dat de weersomstandigheden in de stratosfeer de maximale omvang van het gat in de ozonlaag sterk beperken; in september 1988 en september 2002 leidden vergelijkbare weerpatronen in de Antarctische stratosfeer tot ongebruikelijk kleine gaten in de ozonlaag. “Het is een zeldzame gebeurtenis die we nog niet doorgronden,” stelt onderzoeker Susan Strahan. “Als deze opwarming niet had plaatsgevonden, hadden we dit jaar waarschijnlijk een gat in de ozonlaag met een veel gebruikelijkere omvang (zo rond de 12 miljoen vierkante kilometer) gezien.” Voor zover bekend is er geen verband tussen de weerpatronen die de rem zetten op ozonvernietiging en de opwarming van de aarde.

Herstel
Hoewel de omvang van het gat in de ozonlaag dit jaar – onder invloed van vrij unieke weersomstandigheden – dus opmerkelijk klein is, zien onderzoekers de omvang ervan al jaren gestaag afnemen. En dat is zonder enige twijfel te danken aan het Montreal Protocol. Als we op deze voet doorgaan, kan het gat in de ozonlaag boven Antarctica naar verwachting over vier of vijf decennia weer zodanig hersteld zijn dat de ozonconcentratie hier weer vergelijkbaar is met de concentratie die in het jaar 1980 werd gemeten. Dat het herstel zo’n lange tijd in beslag neemt, is te herleiden naar de lange levensduur (50 tot 100 jaar) van de cfk’s.

Hoewel we als het gaat om het herstel van de ozonlaag dus op de goede weg lijken te zijn, is het gevaar nog niet geweken. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de ozonlaag momenteel opnieuw bedreigd wordt door ozonvernietigers waarover in het Montreal Protocol geen afspraken zijn gemaakt en die vanuit Azië de weg naar de stratosfeer weten te vinden. Deze ozonvernietigers kunnen – als ze niet aan banden worden gelegd – er wel eens voor zorgen dat het herstel van het gat in de ozonlaag aanzienlijk langer gaat duren.