Nieuw onderzoek onthult dat ze tot wel vier meter diep het water in doken, op zoek naar schelpen.

Neanderthalers worden vaak afgeschilderd als domme en lompe holbewoners die met speren op mammoeten jaagden. Maar steeds vaker komen onderzoekers met bewijs dat aantoont dat onze verre neven veel intelligenter en vindingrijker waren dan gedacht. Ook voor een beetje water schrokken ze niet terug. Een nieuw onderzoek suggereert zelfs dat ze regelmatig een frisse duik in de Middellandse Zee namen om schelpen te verzamelen.

Schelpen
De onderzoekers baseren zich op vondsten uit Grotta dei Moscerini, een schilderachtige, Italiaanse grot dichtbij het strand. Archeologen troffen hier in 1949 ongebruikelijke artefacten aan. Zo ontdekten ze tientallen schelpen die waarschijnlijk waren opgeraapt door Neanderthalers die hier – ongeveer 90.000 jaar geleden – scherpe gereedschappen van hadden geslepen. Het nieuwe onderzoeksteam zet deze tientallen jaren oude ontdekkingen in een nieuw licht. Want zij stellen nu dat Neanderthalers deze schelpen niet alleen op het strand hadden aangetroffen, maar dat ze waarschijnlijk ook de zee in waren gedoken om de perfecte schelpen te verzamelen.


Een verzameling schelpgereedschappen ontdekt in Grotta dei Moscerini in 1949 Afbeelding: Villa et al. 2020 PLOS ONE

Tot deze conclusie kwamen de onderzoekers nadat ze de schelpen nog eens grondig onder de loep hadden genomen. Hierbij stuitten ze namelijk op iets dat ze niet hadden verwacht. Driekwart van de schelpgereedschappen blijken een ondoorzichtige, licht geschuurde buitenkant te hebben. “Dat is wat je verwacht aan te treffen op schelpen die aangespoeld zijn op een zandstrand,” legt onderzoeksleider Paola Villa uit. Maar opvallend genoeg hadden de resterende schelpen juist glanzende en gladde buitenkanten. Deze schelpen, die overigens ook een stukje groter waren, zijn waarschijnlijk als levende dieren rechtstreeks van de zeebodem geplukt. “Het is heel goed mogelijk dat Neanderthalers zeker twee tot vier meter diep doken, op zoek naar schelpen,” concludeert Villa.

Meer over de schelpgereedschappen
Neanderthalers staan bekend om het maken van speerpunten uit steen. Er bestaan daarom weinig voorbeelden van hoe ze van schelpen gereedschap wisten te fabriceren. De vondst van 171 schelpgereedschappen in Grotta dei Moscerini kwam dan ook als een verrassing. De artefacten waren gemaakt van een lokaal soort weekdier, de Callista chione genoemd. Waarschijnlijk gebruikten de oermensen stenen hamers om de schelpen te vormen en scherp te maken.

Nauwe band
De bevindingen tonen aan dat Neanderthalers een veel nauwere band met de zee hadden dan men tot nu toe dacht. Dit wordt ondersteund door eerder onderzoek, waarin onderzoekers erachter kwamen dat Neanderthalers verrassend vaak leden aan een ‘surfersoor’. In die studie troffen wetenschappers milde tot ernstige gezwellen in de gehoorgang van verschillende Neanderthaler-skeletten aan.

Volgens Villa geven de resultaten nog meer bewijs dat Neanderthalers net zo flexibel en creatief waren als hun menselijke familieleden. En dat staat in sterk contrast met het beeld dat veel mensen tegenwoordig van Neanderthalers hebben. “Mensen beginnen langzaam te begrijpen dat Neanderthalers niet alleen op grote zoogdieren jaagden,” zegt Villa. “Ze konden ook vissen en met ingehouden adem duiken.”