Nadat microplastics eerder in de diepste trog op aarde zijn ontdekt, hebben onderzoekers ze nu ook nabij de top van de Mount Everest gevonden.

Het is een bizarre vondst. Nog niet eerder zijn microplastics (stukjes plastic kleiner dan 5 millimeter) op zo’n hoogte aangetroffen. En hoewel bekend is dat de Mount Everest flink vervuild wordt door de vele mensen die de berg jaarlijks proberen te bedwingen, is de ontdekking van microplastics op 8440 meter boven zeeniveau verbazingwekkend, zo vertelt onderzoeker Imogen Napper aan Scientias.nl. “Ik was echt verbaasd dat we in elk sneeuwmonster dat we verzamelden microplastics aantroffen.”

Zelfs op het balkon
Het is voor het eerst dat wetenschappers hoog op de Mount Everest onderzoek hebben gedaan naar de concentratie microplastics. Ze bemonsterden de berg op 19 verschillende plaatsen en hoogtes. De grootste concentratie microplastics (79 vezels per liter sneeuw) troffen ze aan in het basiskamp. Maar zelfs op de Balkon-sectie van de Mount Everest – net gelegen onder de top – bedroeg elke liter sneeuw nog zo’n 12 piepkleine stukjes plastic.


Nog niet eerder hebben onderzoekers op zo’n grote hoogte microplastics aangetroffen. “Dat klinkt misschien heel opwindend, maar het betekent dat microplastics nu voorkomen in de diepten van de oceaan tot op de hoogste bergen op aarde,” waarschuwt Napper.

Kleding en tenten
De onderzoekers gingen niet alleen na hoeveel plastic er op de berg te vinden was, maar ook om wat voor soorten plastic het ging. Naast polyester troffen ze onder meer ook veel nylon en polypropyleen aan. “Deze materialen worden steeds vaker gebruikt om kleding, maar ook tenten en klimtouwen van te maken die de bergbeklimmers tijdens hun pogingen de berg te bedwingen, veel benutten. Het grootste deel van de gedetecteerde microplastics bestond uit vezels. Vermoed wordt dat deze afkomstig zijn van die kleding en uitrusting.”

In 1953 slaagden Edmund Hillary en Tenzing Norgay er – met behulp van een zuurstofapparaat – voor het eerst in om de top van de Mount Everest te beklimmen en levend weer terug te keren. Voor die tijd waren er elk jaar slechts enkelen die zich op de berg waagden, maar na 1953 werd de Mount Everest steeds populairder. En in 2016 verwelkomde de berg maar liefst 45.000(!) bezoekers. Met het aantal mensen nam ook het afval op de berg toe. En dat een groot deel van dat afval uit plastic bestaat, laat zich raden. Want waar in de jaren vijftig van de vorige eeuw per jaar nog maar zo’n 5 miljoen ton plastic werd gebruikt, was dat in 2020 meer dan 330 miljoen ton plastic. “Sinds de jaren vijftig zijn plastics in toenemende mate voor allerlei producten gebruikt, omdat ze zo praktisch zijn en een lange levensduur hebben,” aldus onderzoeker Richard Thompson. “Maar het zijn die eigenschappen die ook grotendeels ten grondslag liggen aan de wereldwijde milieucrisis die we vandaag de dag zien.”

Microplastics aanpakken
Wie aan plasticvervuiling denkt, denkt al snel aan zichtbare, grotere stukken plastic die je langs snelwegen, op het strand of in zee tegenkomt. Pogingen om de impact die plasticvervuiling op het milieu heeft te verkleinen, zijn ook vaak op deze grotere stukken plastic gericht. Zo worden mensen bijvoorbeeld aangemoedigd om hun plastic apart in te zamelen, zodat het gerecycled kan worden en wordt het gebruik van plastic tasjes ontmoedigd. Dat is heel belangrijk, maar het wordt volgens Napper ook tijd dat de microplastics worden aangepakt. “Microplastics worden door een breed scala aan bronnen gegenereerd en heel wat aspecten van onze dagelijkse levens zorgen ervoor dat microplastics in het milieu belanden.” Zo komen microplastics bijvoorbeeld vrij tijdens het dragen en wassen van synthetische kleding. “In de afgelopen jaren hebben we microplastics aangetroffen in monsters die wereldwijd verzameld zijn: van het Arctisch gebied tot de rivieren en diepe zeeën. Met dat in gedachten herinnert de ontdekking van microplastics nabij de top van de Mount Everest ons eraan dat we meer moeten doen om ons milieu te beschermen.” Omdat het opruimen van de piepkleine stukjes plastic op dit moment onmogelijk is, zou de focus daarbij moeten liggen op voorkomen dat de kleine stukjes plastic vrijkomen. Bijvoorbeeld door stoffen anders te ontwerpen of wanneer mogelijk plastic vezels te vervangen door natuurlijke vezels.


“Ik vind de grote hoeveelheid microplastics die we in natuurlijke leefgebieden aantreffen, zorgwekkend,” stelt Napper. Maar ze is nog altijd optimistisch dat we het probleem op kunnen lossen. “Er is op dit moment sprake van veel veelbelovende ontwikkelingen in de industrie. Wij moeten nu momentum houden.” Thompson sluit zich daarbij aan. “Deze studie en vervolgonderzoek laat nog maar eens zien hoe belangrijk het is om materialen te ontwerpen die wel de voordelen van plastic hebben, maar niet dezelfde langdurige en schadelijke erfenis.”