Sommige bewoners blijken ziekteverwekkende organismen te zijn.

Onderzoekers hebben in een nieuwe studie de bacteriën en schimmels die zich in het ISS ophouden onder de loep genomen. En sommige lijken een niet al te beste invloed op de mens te hebben. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om te weten welke organismen in het ISS huizen. Deze kennis kan namelijk worden gebruikt om betere veiligheidsmaatregelen te ontwikkelen.

Bacteriën


Onderzoekers ontdekten onlangs nog dat bacteriën die in het ISS huizen niet muteren tot gevaarlijke superbacteriën. Ze veranderen genetisch gezien wel, maar dat wil niet per se zeggen dat we er meer van te vrezen hebben.

Kweken
De onderzoekers verzamelden monsters op acht verschillende locaties in het ISS, waaronder bij het raam, het toilet, het oefenplatform, de eettafel en in slaapvertrekken. De monsters werden verzameld gedurende drie vluchten verspreid over veertien maanden. Hierdoor kon er ook vergeleken worden of de populaties microben en schimmels in de loop van de tijd verschilden. Vervolgens werden de monsters op kweek gezet.

Ziekteverwekkers
De onderzoekers ontdekten dat de microben die in het ISS wonen, opvallende gelijkenissen vertonen met de bacteriën die op aarde in kantoren, sportscholen en ziekenhuizen vertoeven. De meest prominente bewoner in het ISS is de Staphylococcus aureus-bacterie. Deze bacterie komt veel bij mensen voor, vooral op de huid en in de neus en kan verschillende infecties van de huid en slijmvliezen veroorzaken. De Pantoea volgde op de voet; een bacterie die voornamelijk in het maagdarmkanaal leeft. Ten slotte troffen de onderzoekers Bacillus aan; een bacterie die voedselvergiftiging kan veroorzaken.

Gezondheid
Of deze bacteriën ook echt astronauten ziek maken, is onbekend. “Dit is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de individuele gezondheid en hoe deze organismen functioneren in de ruimte,” zegt hoofdauteur Checinska Sielaff. Over dat laatste weten onderzoekers eigenlijk nog niet genoeg. “De detectie van mogelijke ziekteverwekkende organismen benadrukt het belang van meer onderzoek naar deze ISS-bacteriën en hun werking in de ruimte.”

Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat de microben die in het ISS huizen – in tegenstelling tot de schimmels – van tijd tot tijd veranderden. Monsters die tijdens de tweede missie werden verzameld, bleken namelijk veel meer verschillende bacteriën te bevatten dan monsters die tijdens de eerste en derde missie genomen waren. Dit zou mogelijk te maken kunnen hebben met de verschillende astronauten aan boord van het ISS. “In het licht van mogelijke toekomstige lange missies, is het belangrijk om de soorten micro-organismen in kaart te brengen die zich kunnen ophopen in unieke, gesloten omgevingen in de ruimte,” zegt onderzoeker Kasthuri Venkateswaran. “Ook hoe lang ze leven en hun impact op de gezondheid en ruimtevaartuigen is daarbij belangrijk.”