Astronomen hebben een protoplanetaire schijf gevonden met spiraalarmen. Opvallend, want tot nu toe zijn alleen sterrenstelsels met spiraalarmen gespot.

Astronomen gebruikten het ALMA-observatorium om het gebied rondom de jonge ster Elias 2-27 in beeld te brengen. Zij zagen niet alleen een stofschijf, maar ook twee flinke spiraalarmen. Dit is interessant, want nu kunnen astronomen uitzoeken wat voor invloed deze spiraalarmen hebben op de vorming van planeten. Misschien moeten modellen over de vorming van planeten wel aangepast worden.

Planeten vormen in een schijf van gas en stof rondom een jonge ster. Dit gebeurt tegelijkertijd. Zo delen de zon, aarde, Jupiter en Mars dezelfde geboortedatum. Zij zijn 4,5 miljard jaar oud. Wanneer astronomen hun telescopen gebruiken om jonge sterren te observeren, dan weten zij vaak dat ze ook een stofschijf gaan aantreffen. Soms is het jackpot. Eerder dit jaar troffen astronomen een groeiende exoplaneet aan rondom de ster TW Hydrae.

In het geval van Elias 2-27 zijn er geen piepjonge exoplaneten aangetroffen. Astronomen zagen wel mooie spiraalarmen rondom deze één miljoen jaar oude ster, die zich op een afstand van meer dan tien miljard kilometer van de ster uitstrekken.

Puzzel oplossen
Astronomen vragen zich af hoe deze spiraalarmen zijn ontstaan. Misschien is dit proces wel cruciaal om planeten te vormen. “We treffen regelmatig exoplaneten op grote afstand van hun moederster aan”, zegt astronoom Dr Laura M. Pérez van het Max-Planck-Institut für Radioastronomie. “Deze exoplaneten zouden niet kunnen ontstaan volgens traditionele planeetvormingsmodellen. Misschien dat deze spiraalarmen de puzzel oplossen.”

Rhio Ophiuchi
Elias 2-27 is onderdeel van een veel groter stervormingsgebied, genaamd Rhio Ophiuchi. Dit stervormingsgebied is qua gewicht 3.000 keer zwaarder dan de zon en bevat dus genoeg materiaal om veel sterren te bouwen. In totaal zijn er 425 infraroodbronnen ontdekt in de donkere gasnevel, waaronder veel protosterren en T Tauri-sterren (veranderlijke sterren in een zeer jong stadium van hun evolutie). Het stervormingsgebied is slechts 430 lichtjaar van de aarde verwijderd. Door deze kleine afstand kunnen astronomen de nevel vrij gemakkelijk observeren en veel leren over stervormingsgebieden en de vorming van sterren.