Gelukkig bleef er nog één soort over en die kwam uiteindelijk zelfs in ons kikkerlandje terecht.

Wereldwijd zijn er zes soorten zwanen. Op Belgische en Nederlandse wateren kom je vooral knobbelzwanen tegen. Maar soms zwemt er ook een zwart exemplaar tussen. Deze soort – weinig verrassend de zwarte zwaan genoemd – is origineel afkomstig uit Australië en Nieuw-Zeeland. Het is zelfs de enige inheemse zwanensoort op die eilanden. Maar dat was vroeger anders. Nieuw-Zeelandse wetenschappers bestudeerden fossielen uit de periode 1280-1800 en kwamen tot de conclusie dat er vroeger twee zwanensoorten in Australië en Nieuw-Zeeland leefden.

DNA uit fossielen
Nicolas Rawlence (Universiteit van Otago) en zijn collega’s slaagden erin om genetisch materiaal uit deze fossielen te halen. Het DNA van deze fossiele resten was beduidend anders dan dat van de huidige populatie zwarte zwanen. Zo anders dat de onderzoekers concludeerden dat het om een andere soort gaat. Deze nieuwe – hoewel uitgestorven – soort kreeg de naam Poūwa naar een legende van de Moari, de inheemse bevolking van Nieuw-Zeeland.

“Deze uitgestorven zwaan had kortere vleugels en langere poten, wat suggereert dat hij op termijn niet meer zou kunnen vliegen”

Eilandeffect
Ook qua uiterlijk is deze uitgestorven soort anders. In het algemeen waren deze vogels groter en zwaarder in vergelijking met zwarte zwanen. Als je erin slaagt om een zwarte zwaan op een weegschaal te krijgen (wat ik niet zou proberen tijdens het broedseizoen), dan zal de balans vier tot negen kilogram aanwijzen. De Poūwa was waarschijnlijk ietsje zwaarder, tussen de zes en tien kilogram. Daarnaast had deze uitgestorven zwaan kortere vleugels en langere poten. Dit suggereert dat hij op termijn niet meer zou kunnen vliegen. Het verlies van de mogelijkheid tot vliegen komt vaker voor op eilanden. Denk bijvoorbeeld aan de Galapagosaalscholver, die te kleine vleugels heeft om nog van de grond te komen.

Jacht
Hoe is de Poūwa aan zijn einde gekomen? Toen Europeanen zich in de achttiende eeuw op Nieuw-Zeeland vestigden, was er geen spoor van zwanen. Waarschijnlijk werd de Poūwa bejaagd door mensen die al rond 1280 Nieuw-Zeeland bereikten vanuit Polynesië. Overblijfselen van zwanen in archeologische sites tonen aan dat deze grote vogels gegeten werden. In de achttiende eeuw waren er dus geen zwanen op Nieuw-Zeeland, maar nu wel. Wat is er in de tussentijd gebeurd? In 1860 introduceerden Europeanen de zwarte zwaan op Nieuw-Zeeland, hoewel het mogelijk is dat sommige vogels de oversteek vanuit Australië op eigen kracht maakten.

Naast de Poūwa stierven veel grote diersoorten uit tijdens het Quaternair, een geologische periode van 2,5 miljoen jaar geleden tot nu. In Europa verdwenen bijvoorbeeld de mammoet en de steppebizon, terwijl in Afrika diverse soorten sabeltandtijgers en giraffes het loodje legden. Het Quaternair wordt gekenmerkt door twee opmerkelijke fenomenen: klimaatveranderingen (de ijstijden) en de opkomst van de mens. In het geval van de Poūwa heeft de mens duidelijk een rol gespeeld. Maar geldt dit ook voor de extinctie van andere soorten? In de academische wereld woedt nog steeds een hevig debat over deze vraag.

Jente Ottenburghs promoveerde aan de Universiteit Wageningen waar hij onderzoek deed naar de evolutie van ganzen. Na een stage bij de wetenschapsredactie van de Volkskrant werkt hij nu als postdoc aan de Uppsala Universiteit in Zweden. Meer weten over Jente? Neem een kijkje op zijn website. Recent kon je in een artikel van de hand van Jente al lezen hoe een genoom in kaart wordt gebracht. Nieuwsgierig? Klik hier! En hier kun je lezen hoe de genetische code precies werkt.