Dit opent nieuwe mogelijkheden om ook de menselijke evolutie over soortgelijke tijdschalen te bestuderen.

Hij moet een indrukwekkende verschijning zijn geweest: de Gigantopithecus blacki. “Dit was waarschijnlijk de grootste aap die ooit geleefd heeft,” zegt onderzoeksleider Frido Welker tegen Scientias.nl. De reuzenaap die ook wel King Kong wordt genoemd, zou wel zo’n 3 meter lang zijn geweest en een slordige 600 kilo hebben gewogen. En daarmee doet hij zijn bijnaam meer dan eer aan. Ondanks zijn enorme omvang stierf hij zo’n honderdduizend jaar geleden uit. Informatie over zijn naaste verwanten nam hij mee zijn graf in. Tot nu. Want onderzoekers zijn er dankzij een twee miljoen jaar oude kies achtergekomen dat deze gigantische primaat een verre neef is van de hedendaagse orang-oetan.

Fossielen van de Gigantopithecus blacki
Het eerste fossiele bewijs dat aan de Gigantopithecus blacki werd toegeschreven, werd in 1935 gevonden. Sindsdien zijn onderzoekers op nog enkele andere fossielen gestuit, maar deze beperken zich tot slechts een aantal onderkaken en heel veel tanden. Nog nooit troffen onderzoekers een volledig schedel aan of een ander bot behorend tot het skelet van de primaat. En dat is jammer, want hierdoor weten we eigenlijk nog niet zo goed hoe dit mysterieuze dier er ooit uit heeft gezien, al doen onderzoekers met onderstaande afbeelding een poging.

Artistieke impressie van de Gigantopithecus blacki. Afbeelding: Ikumi Kayama (Studio Kayama LLC)

Kies
De onderzoekers bogen zich in de studie over een fossiele kies die toebehoorde aan een Gigantopithecus die zo’n twee miljoen jaar geleden over de aarde wandelde. De onderzoekers troffen de kies aan in een subtropisch gebied in Zuid-China. Dankzij de genetische informatie die in deze kies opgeslagen ligt, lukte het de onderzoekers om de evolutionaire positie van de reuzenaap te ontmaskeren en de orang-oetan als zijn naaste levende familielid aan te wijzen. Een bijzondere prestatie. Het is namelijk nog niet zo eenvoudig om dit soort informatie uit een miljoenen jaren oud fossiel te halen dat ook nog eens lange tijd in een warme en vochtige omgeving heeft vertoefd. Dit is dan ook een primeur. “Dat er eiwitten bewaard zijn gebleven is zeer opmerkelijk gezien de leeftijd, maar ook wat betreft het klimaat,” zegt Welker. “Het is in het gebied op jaarbasis gemiddeld zo’n 20 graden Celsius. We denken dat de eiwitten zo goed bewaard zijn gebleven dankzij het tandglazuur, het hardste en minst poreuze deel van het dierlijk skelet.”


Onderkaak van de Gigantopithecus blacki. Afbeelding: Professor Wei Wang en Theis Jensen

Dankzij eiwitsequencing lukte het de onderzoekers om de orang-oetan als dichtstbijzijnde levende verwant aan te wijzen. Uit de studie blijkt zelfs dat de orang-oetan en de Gigantopithecus blacki ongeveer twaalf miljoen jaar geleden van elkaar zijn gesplitst. Heel eigenaardig is deze nauwe relatie trouwens niet. “Dat de orang-oetan het meest gerelateerd is aan Gigantopithecus is ook al eerder voorgesteld,” zegt Welker. “Maar het is nu wel voor het eerst dat we hier moleculair en onafhankelijk bewijs voor vinden. De bevindingen zijn dan ook belangrijk omdat het informatie verschaft over de diversiteit en relaties tussen levende en uitgestorven mensapen.”

Menselijke evolutie
De studie is een belangrijke stap voorwaarts. Want het laat zien dat onderzoekers nu in staat zijn om evolutionaire lijnen te reconstrueren ver voorbij de huidige grenzen. “Met deze studie laten we zien dat we eiwitsequencing kunnen gebruiken om oude genetische informatie te halen uit fossielen van primaten gevonden in subtropische gebieden, zelfs wanneer een fossiel al meer dan twee miljoen jaar oud is,” legt Welker uit. “Dit is interessant, omdat oude overblijfselen van onze voorouders – de homo sapiens – ook voornamelijk gevonden zijn in subtropische gebieden. Het betekent dat we mogelijk vergelijkbare informatie kunnen verzamelen over de evolutielijn die naar mensen leidt en we de menselijke evolutie over soortgelijke tijdschalen kunnen bestuderen (zie kader).”

Mens en chimpansee
Wetenschappers weten dat de splitsing tussen mens en chimpansee ongeveer zeven of acht miljoen jaar geleden plaatsvond. Met voorgaande methodes konden we echter alleen maar menselijke genetische informatie ophalen uit fossielen die niet ouder zijn dan 400.000 jaar. Maar daar kan nu dus verandering in komen. De resultaten tonen namelijk aan dat het mogelijk is om een genetische reconstructie te maken van evolutionaire relaties tussen (uitgestorven) soorten die veel verder op de tijdlijn teruggaan; tot ten minste twee miljoen jaar. En dit omvat natuurlijk een veel groter deel van de algehele menselijke evolutie.

Geheimen over onze menselijke evolutie worden langzaam maar zeker ontward. Want nog niet zo lang geleden kwamen onderzoekers erachter dat een nieuw ontdekte primaat opgegraven in Zuid-Duitsland miljoenen jaren eerder dan gedacht al rechtop liep. De menselijke tweebenigheid blijkt dus al meer dan twaalf miljoen jaar geleden te zijn geëvolueerd. En dat zou mogelijk kunnen inhouden dat onze rechtopstaande houding mogelijk afkomstig is van een gemeenschappelijke voorouder die in Europa – en niet in Afrika – leefde.