De afgelopen honderden jaren is de zuurgraad van de oceanen dertig procent gestegen. Uit nieuwe onderzoek blijkt dat er eencellige schelpdiertjes bestaan die in een zuurder milieu mogelijk beter kalk aanmaken. Dit is een verrassend nieuw inzicht.

Tot nu toe dachten wetenschappers dat alle schelpdieren en steenkoralen lijden onder oceaanverzuring, omdat ze in zuurder water moeilijker kalk aan het water kunnen onttrekken. Eerdere experimenten toonden aan dat kalk eerder oplost in zuurder water. Toch blijkt nu uit onderzoek van Nederlandse en Japanse wetenschappers dat niet alle schelpdieren benadeeld worden. Bepaalde eencellige schelpdiertjes – zogeheten foraminiferen – maken juist makkelijker kalk aan in een zure omgeving.


De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Nature Communications.

Spelen met zuur
“In onze experimenten bleken foraminiferen in staat om de zuurgraad op microniveau zelf te reguleren,” vertelt NIOZ-onderzoeker Lennart de Nooijer. “Op de plaatsen waar schelpvorming plaatsvond, was de zuurgraad zelfs flink lager dan in het omringende zeewater. Foraminiferen scheiden bij kalkvorming via hun celwand grote hoeveelheden waterstofionen uit. Dit leidt tot verzuring van hun directe omgeving waardoor het evenwicht tussen koolstofdioxide en carbonaat verschuift ten gunste van kooldioxide. De organismen nemen de toegenomen concentratie koolstofdioxide snel door hun celwand op. Aan de binnenzijde van de celwand heerst juist een lage zuurgraad, waardoor de binnengekomen kooldioxide daar weer wordt omgezet in carbonaat, dat dan ter plekke samen met calcium wordt afgezet als kalk. Zo’n actief biochemisch regulatiemechanisme is nog nooit gevonden.”


Snellere klimaatverandering?
Het is een feit dat de oceaan verzuurt door de toename van koolstofdioxide in de atmosfeer. Meer CO2 in de lucht betekent dat er ook meer koolstofdioxide wordt opgenomen door het wateroppervlak. ”Deze vondst kan belangrijke gevolgen hebben voor de verhouding tussen kooldioxidegehalten in de lucht en de vorming van kalkhoudende structuren door organismen” vertelt co-auteur professor Gert-Jan Reichart. “Als de klassieke hypothese stand houdt en meer kooldioxide leidt tot minder kalkproductie, dan kunnen de oceanen CO2 blijven opnemen uit de atmosfeer. Maar als de meerderheid van organismen zelf de chemische vorm van hun anorganisch koolstof kan reguleren door biochemische processen en zo ook in een zuurdere oceaan kalkstructuren kan blijven vormen, dan kan de concentratie van opgelost koolstofdioxide in de oceanen na verloop van tijd gaan toenemen. In dat geval kunnen de oceanen steeds minder koolstofdioxide uit de atmosfeer opnemen. Hierdoor zouden de gehalten in de lucht sneller dan nu gaan stijgen, met mogelijk een snellere opwarming als gevolg.”

Verzuring van de oceanen

Op dit moment verzuurt de oceaan sneller dan tijdens vier massa-extincties. Dit is een harde klap voor veel zeedieren. Zo zal het aantal haaien afnemen, tast verzuring het reukvermogen van vissen aan en hebben inktvissen het moeilijk.