Het is deze week alweer 12 jaar geleden dat de Huygens-sonde voet op Titan zette. Een spectaculaire missie die hele gave beelden opleverde!

In 1997 werd ruimtesonde Cassini samen met de Huygens-lander gelanceerd. In juli 2004 nestelden de twee zich in een baan rond de gasreus. Een half jaar later werd het tijd voor Cassini om afscheid te nemen van de lander Huygens. In december 2004 maakte de lander zich los van Cassini en vertrok naar Titan. Op 14 januari 2005 zette de lander voet op de maan van Saturnus. Een mijlpaal. Nog niet eerder was een ruimtesonde op zo’n afgelegen hemellichaam geland.

Op Titan
Huygens deed er 2 uur en 27 minuten over om naar het oppervlak van Titan af te dalen. Tijdens de afdaling maakte deze beelden van het naderende oppervlak (te zien in het filmpje hieronder). Eenmaal op het oppervlak aangekomen was de zonde nog 72 minuten actief.

Deze foto maakte Huygens na zijn landing op Titan. Afbeelding: ESA / NASA / JPL / University of Arizona.

Hoewel de lander maar kort actief was, heeft deze een schat aan informatie over Titan verzameld. Zo weten we dankzij Huygens hoe het oppervlak van Titan – dat schuilgaat onder een dik wolkendek – eruit ziet. De sonde onthulde tijdens de afdaling rivierbeddingen en drooggevallen meren die ooit waarschijnlijk gevuld waren met vloeibaar methaan. Ook gaf Huygens meer inzicht in de samenstelling van Titans atmosfeer en legde deze tijdens zijn afdaling de snelheid van de wind op Titan vast (er werden op een hoogte van ongeveer 120 kilometer krachtige winden met snelheden tot wel 430 kilometer per uur gemeten).

Cassini
Huygens is niet meer. Maar Cassini is nog steeds actief. De ruimtesonde scheerde de afgelopen jaren regelmatig langs Titan en zo leerden we gaandeweg steeds meer over een maan wiens geheimen zo’n 12 jaar geleden nog in nevelen gehuld waren. Recent ontdekte Cassini bijvoorbeeld nog dat op de noordpool van de maan diepe valleien gevuld met methaan te vinden zijn. Die valleien zijn minder dan een kilometer breed en hebben wanden die tot wel 570 meter hoog zijn.

Maar ook voor Cassini valt binnenkort het doek. In september zal de sonde zich na een missie van bijna twintig jaar in de atmosfeer van Saturnus storten. Het betekent dat we Saturnus en zijn manen niet langer van dichtbij in de gaten kunnen houden. Een aderlating. Maar wetenschappers hopen spoedig weer een ruimtesonde naar de buitenste regionen van ons zonnestelsel te kunnen sturen. Zo wordt er onder meer gefantaseerd over een drone die Titan van dichtbij kan gaan verkennen.