Nieuw onderzoek wijst erop dat cafeïne en andere stimulerende stoffen keihard af kunnen rekenen met een grote prestatiedrang.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Neuropsychopharmacology. Ze baseren hun conclusie op experimenten met ratten.

Experiment
De onderzoekers stelden eerst vast welke ratten de drang hadden om te presteren. De ratten konden een grote of een kleine beloning krijgen. Maar voor de eerstgenoemde beloning moesten ze net ietsje harder werken. Lang niet elke rat bleek even sterk geneigd om die grotere uitdaging aan te gaan. Daarna kregen de ratten stoffen toegediend die een stimulans vormen. Denk aan amfetamine en cafeïne.

Luilak
De resultaten zijn verrassend. De ratten die uitdagingen normaal gesproken uit de weg gingen, werden door amfetamine gemotiveerd om die uitdagingen nu wel aan te gaan. Maar de ratten die daarvoor wel hard wilden werken voor een beloning bleken door toediening van cafeïne en amfetamine nu veel minder gemotiveerd. De dieren kregen ook ethanol toegediend. Dat had geen invloed op hun keuze (voor de kleine of grote beloning gaan), maar versterkte wel het gedrag van de ratten.

WIST U DAT…

…een kopje koffie ook invloed heeft op ons DNA?

Mensen
De onderzoekers durven hun resultaten wel voorzichtig te vertalen naar onze soort die nog al wat fervente koffiedrinkers kent. “Elke dag gebruiken miljoenen mensen stimulerende stoffen om wakker te worden, alert te blijven en hun productiviteit te vergroten,” stelt onderzoeker Jay Hosking in een persbericht van de University of British Columbia. Deze resultaten wijzen erop dat stimulerende stoffen een averechts effect kunnen hebben. Zeker wanneer mensen graag moeilijke taken uitvoeren of graag werk doen dat grote beloningen oplevert.

Het is niet helemaal duidelijk hoe dit effect tot stand komt. De onderzoekers vermoeden dat de hoeveelheid aandacht die mensen aan hun doel besteden invloed heeft op het effect dat stimulerende stoffen op het brein hebben. En dat is kennis waar de wetenschap wel iets mee kan. Zo kunnen mensen met ADHD, psychiatrische problemen of hersenletsel bij dit onderzoek gebaat zijn. Zij gebruiken vaak stimulerende middelen om slaperigheid en vermoeidheid die samenhangt met hun aandoening en behandeling tegen te gaan. Dit onderzoek wijst erop dat niet iedereen dezelfde dosis zou moeten krijgen, maar dat het van de inzet van de persoon afhangt hoeveel stimulerende stoffen er nodig zijn.