Onderzoekers hebben uitgezocht wat de enorme brand die in augustus op Groenland ontstond, met de ijskap heeft gedaan.

Tussen 31 juli en 21 augustus 2017 ontstonden op Groenland meerdere branden. En begin augustus ontstond zelfs een brand die groter was dan elke andere brand die satellieten ooit op Groenland hadden gezien. De branden werden toegeschreven aan smeltend permafrost. Dat smeltende permafrost zou resulteren in uitgedroogde, met organisch materiaal gevulde grondlagen die gemakkelijk ten prooi vallen aan vuur. In totaal brandde er naar schatting zo’n 2345 hectare veenland af.

Roet
De branden zelf waren niet zo heel zorgwekkend: ze bleven op hun plek en gingen zodra het brandbare materiaal op was, vaak vanzelf uit. Waar onderzoekers zich wel zorgen over maakten, was de roet die vrijkwam. Die landde op de Groenlandse ijskap, waardoor deze donkerder werd en men vreesde dat dat zou leiden tot meer smelt (zie kader).

De witte Groenlandse ijskap reflecteert zonlicht, waardoor het gebied relatief koel is. Maar wanneer donkere roetdeeltjes op de ijskap landen, wordt de ijskap wat donkerder van kleur, waardoor deze minder zonlicht reflecteert en meer zonlicht absorbeert. Dat zou in theorie kunnen leiden tot een temperatuurstijging en dus versnelde smelt van de ijskap.

Albedo
Noorse onderzoekers hebben nu uitgezocht of die vrees terecht was. De resultaten zijn geruststellend. Berekeningen wijzen uit dat zo’n 30% van de vrijgekomen roet op de Groenlandse ijskap landde. Het gaat dan om zo’n zeven ton roet. Dat lijkt misschien heel veel. Maar het is relatief weinig als je het vergelijkt met de hoeveelheid roet die jaarlijks op de Groenlandse ijskap landt en afkomstig is van bronnen wereldwijd. De impact van de branden op de reflectiviteit van de Groenlandse ijskap is dan ook vrijwel verwaarloosbaar (zie kader). En dat is te danken aan het feit dat de branden vrij klein waren en – in vergelijking met roetbronnen wereldwijd – vrij weinig roet voortbrachten.

Het weerkaatsingsvermogen van een object wordt ook wel aangeduid met de term ‘albedo’. Onze aarde heeft gemiddeld een albedo van 0,3. Pasgevallen sneeuw heeft een albedo van 0,9, terwijl houtskool een albedo heeft van 0,04. Het door de branden op de Groenlandse ijskap afgezette roet zou een albedo-verandering van hooguit 0,006 hebben voortgebracht. Dat is zo’n kleine verandering dat zelfs satellieten deze niet kunnen meten en deze zeker onzichtbaar was voor het menselijk oog.

Tegelijkertijd komen de onderzoekers wel met een geduchte waarschuwing. Want als Groenland verder opwarmt – en dat ligt wel in de lijn der verwachtingen – mogen we in de nabije toekomst veel meer en veel grotere branden verwachten (doordat permafrost smelt). En grotere branden kunnen wél een significante impact hebben op de albedo van de ijskap. In die zin kun je de branden uit 2017 zien als een voorloper van wat er komen gaat. “Deze branden zijn als de kanarie in de koolmijn,” stelt onderzoeker Andreas Stohl. Ze waarschuwen ons voor omvangrijkere smelt van permafrost en nog grotere branden. En die branden kunnen op hun beurt weer leiden tot opwarming van het gebied en nog meer smeltend permafrost. Waarmee we in een soort vicieuze cirkel belanden die kan leiden tot het rap afsmelten van de Groenlandse ijskap.