Een coronavaccin maken is lastig, maar zorgen dat iedereen het vaccin op korte termijn krijgt, is praktisch onmogelijk.

Volgens de laatste gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er momenteel 166 coronavaccins in ontwikkeling. 25 van deze vaccins ondergaan reeds klinisch onderzoek, wat betekent dat ze op mensen worden getest. En sommige van die klinische studies hebben reeds veelbelovende resultaten opgeleverd. Zo bleek het door Nederland bestelde vaccin dat aan de universiteit van Oxford is ontwikkeld een krachtige en tweevoudige immuunreactie op te roepen. En ook een Amerikaans en Chinees vaccin lijken ervoor te zorgen dat mensen afweerstoffen tegen SARS-CoV-2 aanmaken en dus enige bescherming te bieden tegen het virus dat nog altijd volop rondwaart.

Uitbundige persberichten
De bemoedigende resultaten leidden tot uitbundige persberichten, stijgende aandelenkoersen van betrokken farmaceutische bedrijven en hooggespannen verwachtingen: een veilig en effectief coronavaccin lijkt voor het grijpen te liggen.


En jawel, verschillende farmaceutische bedrijven hebben reeds aangekondigd dat ze – naar verwachting – eind dit jaar of uiterlijk begin volgend jaar de eerste bewezen veilige en effectieve vaccins kunnen uitleveren. Het lijkt wat optimistisch, zeker aangezien alle vaccins het derde – en meest tijdrovende – stadium van klinisch onderzoek nog moeten doorlopen (zie kader).

Om aan te kunnen tonen dat een coronavaccin veilig en effectief is, moet het uitgebreid worden getest. In eerste instantie op dieren. maar later ook op mensen. Dat laatste gebeurt tijdens zogenoemd klinisch onderzoek, dat drie fasen telt. In de eerste fase krijgt een kleine groep – vaak enkele tientallen mensen – het vaccin toegediend en wordt gekeken wat de optimale dosis is, of mensen last krijgen van bijwerkingen en of zij in reactie op het vaccin afweerstoffen aan gaan maken tegen SARS-CoV-2. In de tweede fase wordt de veiligheid en effectiviteit van het vaccin op vergelijkbare wijze onder een grotere groep mensen getest. In de daaropvolgende derde fase wordt het vaccin aan een nog grotere groep mensen toegediend. En weer wordt gekeken of het vaccin veilig en effectief is. Maar dit keer moet niet alleen worden aangetoond dat mensen afweerstoffen tegen het virus aanmaken, maar ook dat het vaccin daadwerkelijk kan voorkomen dat het virus mensen infecteert en/of ernstig ziek maakt. In deze fase van het onderzoek wordt een grote groep mensen – vaak gaat het dan om tienduizenden proefpersonen – in tweeën verdeeld, waarna de ene groep het vaccin krijgt toegediend en de andere een placebo. Vervolgens worden deze mensen naar huis gestuurd. En na verloop van tijd moet dan blijken of SARS-CoV-2 daadwerkelijk minder voorkomt onder de groep die gevaccineerd is. Het is een robuust experiment. Maar je kunt je voorstellen dat het experiment veel tijd kost. Je moet tenslotte eigenlijk gaan zitten wachten tot proefpersonen met het virus in aanraking komen. En voor het goede moeten behoorlijk wat van de proefpersonen aan de ziekteverwekker worden blootgesteld, wil je overtuigend aan kunnen tonen dat er een significant verschil is tussen de frequentie waarmee de ziekte onder de met het vaccin ingeënte en de met een placebo ingeënte groepen voorkomt. Er is wel een manier om deze fase van klinisch onderzoek te bespoedigen. In plaats van te gaan zitten wachten tot een groot deel van de proefpersonen in het dagelijks leven aan SARS-CoV-2 wordt blootgesteld, kun je ze ook opzettelijk met het virus besmetten. Maar die aanpak is niet onomstreden.

Pas na de derde fase van klinisch onderzoek weten we of een vaccin in het alledaagse leven echt bescherming biedt tegen SARS-CoV-2. En het lijkt niet ondenkbaar dat sommige vaccins die in de eerste of tweede fase van het klinisch onderzoek nog veelbelovend leken, in de derde fase toch niet zo effectief zijn als gehoopt en men terug moet naar de tekentafel. Het is dus – ongeacht de kreten van farmaceutische bedrijven – allesbehalve vanzelfsprekend dat er eind dit jaar of begin volgend jaar een coronavaccin ligt. Dat realiseert de Nederlandse overheid zich ook: “De kans op mislukking is in elk van de ontwikkelfasen tot het einde aanwezig,” zo stelde het ministerie van Volksgezondheid in het persbericht waarin het de aankoop van het Oxfordse vaccin aankondigde, maar tevens bekend maakte ook uit te blijven kijken naar andere veelbelovende vaccins.

Vaccin komt er
Dat er – hetzij over een paar maanden of ietsje langer – uiteindelijk wel een coronavaccin beschikbaar komt, lijkt met het oog op de talloze vaccins waaraan gewerkt wordt, bijna vast te staan. Maar dat het moment waarop de eerste vaccins op de markt komen ook het moment is waarop deze coronacrisis ten einde komt, lijkt niet aannemelijk. Want niet alleen het ontwikkelen en testen van een coronavaccin is een enorme uitdaging; zorgen dat iedereen het krijgt, is zo mogelijk nog veel lastiger.


Opschalen
Zodra er een bewezen veilig en effectief vaccin is, moet dat op grote schaal geproduceerd gaan worden. En dat is nog niet zo gemakkelijk, zo vertelt professor Nikolai Petrovsky, verbonden aan Flinders University en onderzoeksdirecteur bij Vaxine Pty Ltd, dat eveneens bezig is met de ontwikkeling van een coronavaccin. “De meeste kandidaat-vaccins tegen COVID-19 zijn nog nooit op een schaal van meer dan enkele duizenden doses geproduceerd. Het is een hele uitdaging om vervolgens honderdduizenden miljoenen doses te gaan maken.” Niet alleen technologisch gezien, maar ook kostentechnisch. “Waar eigenlijk nooit over gesproken wordt, maar wat sommige vaccintechnologieën ook de kop kan kosten, is de kostprijs van het vaccin (de totale kosten die gemaakt worden om het vaccin te ontwikkelen, produceren en leveren, red.) als deze niet laag genoeg is om het vaccin betaalbaar te houden.”

Het idee dat er straks een werkend – en dus kostbaar – vaccin op de plank ligt dat vervolgens niet direct op grote schaal kan worden geproduceerd, bevalt de farmaceutische industrie ook niet. En dus nemen sommige farmaceutische bedrijven in deze uitzonderlijke tijd, uitzonderlijke maatregelen. Ze beginnen de productie van hun vaccins nu al op te schalen, nog voor bewezen is dat de vaccins echt werken. “Zo zorgen ze ervoor dat als de onderzoeksresultaten de werking van het vaccin onderschrijven, er ook gelijk een groot aantal doses beschikbaar is,” vertelt Paul Griffin, verbonden aan de universiteit van Queensland en expert op het gebied van infectieziekten. “Dit is vanzelfsprekend een enorme investering en een enorme gok als het na de klinische studies toch niet blijkt te werken, maar het is wel de voornaamste manier waarop men de vaccins versneld beschikbaar kan maken.”

Eerlijk delen?
Maar zelfs als het bedrijven lukt om snel op te schalen, zullen er niet direct voldoende vaccins van de lopende band rollen. Zo verwacht bijvoorbeeld Moderna, het Amerikaanse bedrijf achter het veelbelovende coronavaccin mRNA-1273 volgend jaar tussen de 500 miljoen en 1 miljard dosis te kunnen produceren. Indrukwekkende hoeveelheden, zeker als je bedenkt dat we het virus waartegen het vaccin ons moet beschermen, ons een jaar geleden nog onbekend was. Maar het is niet genoeg voor iedereen. Geen wonder dat landen zich nu al haasten om veelbelovende coronavaccins te reserveren en zich er zo van proberen te verzekeren dat ze als eersten de hand op een werkend vaccin kunnen leggen en zo ook als eersten hun bevolking tegen het virus kunnen gaan beschermen en hun economieën weer open kunnen gooien. Rijke landen hebben daarbij – zoals gewoonlijk – een streepje voor, waardoor landen met minder financiële middelen met lege handen dreigen te blijven staan. “Dat gaat gegarandeerd gebeuren,” stelt Petrovsky. “Hoelang duurde het wel niet voor Prevnar (een vaccin tegen verschillende soorten Streptokokken, red.) of Gardasil (vaccin tegen het Humaan papillomavirus, red.) in de ontwikkelingslanden terechtkwam? En nu na bijna twintig jaar worden deze vaccins er door hun kunstmatig hoog gehouden prijzen nog steeds maar mondjesmaat toegediend.”

“Ik zou hopen dat delen van de wereld die het meest bij een vaccin gebaat zijn, het als eerste krijgen,” merkt Griffin op. Maar hij stelt meteen dat dat te idealistisch is. In de praktijk werkt het nu eenmaal anders. “De landen waarin de vaccins ontwikkeld zijn, willen hun eigen inwoners natuurlijk toegang geven tot de vaccins, wanneer bewezen is dat ze effectief zijn. En ook de financiers willen inspraak hebben in wie het vaccin krijgt.”

COVAX Facility
In een poging het vaccin voor iedereen beschikbaar te maken, is eerder de COVAX Facility opgericht. Binnen het initiatief bundelen rijke en armere landen hun krachten. Ze investeren samen in meerdere vaccins – waardoor de risico’s en kosten gespreid worden – en als er eenmaal een vaccin is dat alle tests glansrijk doorstaat, wordt het eerlijk onder alle deelnemende landen verdeeld. Tientallen landen hebben al interesse getoond in het initiatief. Maar tegelijkertijd zijn er ook veel landen – waaronder Nederland – die op eigen houtje met vaccinontwikkelaars om de tafel gaan zitten om zich van een vaccin te verzekeren. Men noemt het ook wel vaccin-nationalisme: landen hebben sterk het idee dat ze de plicht hebben om eerst hun eigen inwoners van een vaccin te voorzien. Maar echt veilig zijn we pas als iedereen toegang heeft tot het vaccin. Tot het zover is, liggen nieuwe uitbraken en lockdowns – met alle sociale en economische gevolgen – op de loer. En zijn ook mensen in een land dat wel de handen op een vaccin heeft weten te leggen, maar vanwege andere aandoeningen niet gevaccineerd kunnen worden, in deze tijd van globalisering niet veilig. “Niemand is veilig voor COVID-19, zolang niet iedereen veilig is,” zo roepen humanitaire organisaties niet voor niets regelmatig.

Binnen de landsgrenzen
Maar niet alleen op het wereldtoneel zullen harde keuzes gemaakt worden. Ook binnen de grenzen van landen die hun handen op een vaccin weten te leggen, zullen in eerste instantie keuzes moeten worden gemaakt. Petrovsky kan kort zijn over wie er dan voorrang moeten krijgen. “Eerst de mensen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg. Daarna de mensen op hoge leeftijd.” Griffin denkt er net zo over, maar noemt daarbij ook mensen die vanwege andere gezondheidsaandoeningen in de risicogroep vallen.

Logistiek
Een eerlijke verdeling over de wereld en binnen de landsgrenzen is echter ook logistiek gezien een enorme uitdaging. Waar rijke landen de middelen en infrastructuur hebben om vaccins efficiënt te transporteren en te distribueren, is dat voor armere landen vaak anders. Nog ingewikkelder wordt zowel het transport als de opslag van vaccins als deze – zoals enkele van de kandidaat-vaccins tegen SARS-CoV-2 – bij zeer lage temperaturen bewaard moeten worden (rond de -60 graden Celsius). Het vereist koeltransport en koelingen waarin het vaccin eenmaal bij aankomst kan worden opgeslagen. En dat kan bijvoorbeeld in Afrika wel eens problematisch zijn; zo heeft slechts 28% van de zorginstellingen in Sub-Sahara-Afrika de beschikking over een betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Ook is het de vraag hoe mensen die in afgelegen gebieden wonen en geen ziekenhuis of zorginstelling in de buurt hebben, dit vaccin toegediend gaan krijgen. Hoe lastig het in de praktijk allemaal is, wordt wel duidelijk als we kijken naar de huidige vaccinatieprogramma’s die wereldwijd zijn opgezet en gericht zijn op kinderen. Hoewel overheden en organisaties zoals de WHO zich al decennia inspannen om elk kind te vaccineren, mist nog altijd 1 op de 5 kinderen de basale vaccins. Het geeft wel aan hoe lastig het zal zijn om elke individu op aarde de mogelijkheid te bieden om zich tegen SARS-CoV-2 in te laten enten.

Dat een vaccin de enige manier is om deze coronatijd achter ons te laten, staat vast. Maar geen enkel vaccin – hoe effectief ook – is in staat het tij in één klap te keren. In plaats daarvan zal het vaccineren van de wereldbevolking een geleidelijk proces zijn. De hopelijk ophanden zijnde aankondiging van een bewezen effectief en veilig coronavaccin is op zichzelf dan ook geen reden om victorie te kraaien. Maar slechts het begin van een heel nieuwe en ongeëvenaarde uitdaging: zorgen dat het vaccin in navolging van het virus ook alle delen van deze wereld weet te bereiken.