In de toekomst zal samenwerking met deze stammen cruciaal zijn om ervoor te zorgen dat soorten overleven.

Op dit moment worden zo’n één miljoen planten- en diersoorten met uitsterven bedreigd. Het zijn flinke cijfers. Deze achteruitgang van de natuur gaat op dit moment sneller dan ooit tevoren in de gehele geschiedenis van de mensheid. Het schetst een somber beeld van de toekomst. Maar er is toch licht aan het einde van de tunnel. Een nieuwe studie suggereert namelijk dat land beheerd door inheemse gemeenschappen een cruciale rol speelt in de instandhouding van de biodiversiteit.

Drie landen
De onderzoekers namen in de studie gegevens over diersoorten in Australië, Brazilië en Canada – drie van de grootste landen ter wereld – onder de loep. Ze kozen bovendien bewust voor drie landen met zeer verschillende klimaten en soorten. In totaal werden er zo’n 15.621 gebieden onderzocht. “De studie is de eerste die de biodiversiteit en het landbeheer op zo’n grote geografische schaal vergelijkt,” schrijven de onderzoekers.


Inheemse groeperingen
Het team kwam tot een schrijnende conclusie. Het totaal aantal vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen waren het hoogst in gebieden die beheerd werden door inheemse groeperingen. De grootte en locatie van de gebieden bleek verder geen invloed te hebben op de soortenrijkdom. “Van kikkers en zangvogels tot grote zoogdieren zoals grizzlyberen, jaguars en kangoeroes: de biodiversiteit was het rijkst in inheems beheerde gebieden,” concludeert co-auteur Ryan Germain. Onderzoeksleider Richard Schuster vult aan: “Dit suggereert dat de manier waarop inheemse groeperingen het land beheren de biodiversiteit hoog houdt.”

Deze rode salamander gedijt prima in inheems beheerde gebieden in Canada. Afbeelding: University of British Colombia

Beheren
Inheemse groeperingen gaan heel anders om met de natuur dan dat westerse landen doen. En dat is de belangrijkste reden waarom het hun wel lukt om de biodiversiteit in stand te houden.“Deze mensen is het gelukt om in een bepaald gebied te leven en hier nieuwe generaties te creëren zonder het land uit te putten,” vertelde Erik De Maaker eerder aan Scientias.nl. “Dit is iets waar de zogenaamde meer ontwikkelde westerse landen niet toe in staat zijn. Die hebben ondertussen bijna twee aardbollen nodig. Het lukt in onze economie niet om de hulpbronnen op zo’n manier te gebruiken dat die er over twee of drie generaties nog steeds zijn. En deze stammen kunnen dat dus wel.” Denk bijvoorbeeld aan de grootschalige ontbossing die in natuurgebieden plaatsvindt, onder andere ten behoeve van landbouwgrond. Ook worden er weiden blootgelegd voor veeteelt en mijnen gegraven om mineralen en metalen te winnen. Wat dat betreft gaan inheemse groeperingen veel duurzamer met hun land om.

Bolivia
Hoewel stammen in sommige delen van de wereld worden verdreven – wat ook slecht nieuws is voor de biodiversiteit – is er in andere gebieden hoop. Onlangs nog riep de Guarani – een inheemse groepering in Bolivia – het 1,2 miljoen hectare grote Ñembi Guasu uit als beschermd gebied. De beschermde status van Ñembi Guasu is goed nieuws voor de talloze soorten die hier te vinden zijn. Denk aan de jaguar en poema, maar ook de laagland tapir (die te boek staat als kwetsbaar) en de eveneens kwetsbare witlippekari. “Inheemse volkeren beheren op dit moment ongeveer een kwart van het landoppervlak van onze planeet,” vertelt co-auteur Nick Reo. “In dit licht kan samenwerking met inheemse regeringen, gemeenschappen en organisaties helpen om de biodiversiteit te behouden en de inheemse rechten op land, duurzaam gebruik van hulpbronnen en welzijn te ondersteunen.”


De onderzoekers benadrukken dat we de manier waarop inheemse groeperingen omgaan met hun land als voorbeeld moeten nemen. Want als we op de huidige voet doorgaan zal dit uiteindelijk leiden tot extinctie van vele soorten. “Beschermde gebieden zijn wereldwijd een hoeksteen voor het behoud van de biodiversiteit,” vertelt onderzoeker Peter Arcese. “Maar de huidige bescherming is onvoldoende om de wereld voor het uitsterven van soorten te behoeden. We moeten meer delen op de wereld beheren op een manier die wel soorten beschermt.” En daarvoor kunnen we dus het beste naar inheemse volken kijken. “In de toekomst zal samenwerking met inheemse groeperingen waarschijnlijk cruciaal zijn om ervoor te zorgen dat soorten overleven en blijven gedijen,” besluit Schuster.