De komende jaren lijken heel wat mensen de ultieme vakantietrip aan te vangen en de ruimte in te gaan. Komt het ruimtetoerisme dan eindelijk echt van de grond?

“In januari 2022 verandert alles,” zo twitterde ruimtereisbureau Axiom Space eind vorige maand. En dat leek niets overdreven. Het bedrijf kondigde namelijk aan in januari 2022 vier ruimtetoeristen naar het ISS te brengen. Dat nieuws was nog maar net bezonken, toen SpaceX aankondigde dit jaar nog vier ruimtetoeristen in een baan om de aarde te plaatsen. En daar blijft het niet bij. Het ene na het andere bedrijf kondigt snoepreisjes naar de (suborbitale) ruimte aan. Met al die wilde plannen lijkt het ruimtetoerisme nu echt een vliegende start te maken. Maar is dat ook zo? En wordt het op korte termijn ook voor ons betaalbaar?

Van Gagarin naar Tito
Jarenlang konden mensen alleen maar dromen van ruimtereizen. Maar daar kwam in 1961 verandering in, toen Yuri Gagarin in de Vostok 1 de ruimte bereikte. In de jaren erna volgden heel wat astronauten zijn voorbeeld, met als hoogtepunten natuurlijk de bemande missies naar de maan en later ook de bouw en voortdurende bemanning van het internationale ruimtestation.

De ruimte bleef in al die decennia echter het domein van ruimtevaartorganisaties en hun goedgetrainde astronauten. Voor ruimtetoeristen was geen plaats. Tot 2001. Dennis Tito telde naar verluidt een slordige 20 miljoen dollar neer voor vervoer naar en een achtdaags verblijf in het internationale ruimtestation. Tito ging – bijna exact veertig jaar na Gagarins baanbrekende vlucht – de boeken in als de eerste ruimtetoerist.

Sojoez
Tito ‘boekte’ zijn ruimtereis bij Space Adventures, dat weer een stoeltje wist los te peuteren in de Sojoez: het ruimtevaartuig van de Russische ruimtevaartorganisatie. Tito liftte mee met twee kosmonauten die met dezelfde Sojoez toch naar het ISS moesten reizen. De vlucht was een succes en in de jaren die volgden, bracht Space Adventures met hulp van de Russen nog eens zeven ruimtetoeristen naar het ISS. De laatste keerde in 2009 huiswaarts. En sindsdien zijn er geen commerciële, bemande vluchten meer naar het ISS ondernomen.

Dennis Tito (links) in het ISS. Afbeelding: NASA.

Naar het ISS of de maan
Wilde plannen zijn er ondertussen genoeg. Ruimtebedrijven zoals SpaceX en Boeing hebben de afgelopen jaren – mede dankzij contracten met NASA die de lancering van Amerikaanse astronauten vanaf Amerikaanse grond weer mogelijk moesten maken – flink kunnen investeren in de ontwikkeling van ruimteschepen en raketten. En daar lift het ruimtetoerisme op mee. Zo verwachten zowel SpaceX als Boeing dat toeristen op termijn plaats kunnen nemen op de stoeltjes die NASA-astronauten onbezet laten. De toeristen vliegen dan met astronauten mee naar het ISS en vertoeven daar een korte tijd alvorens terug te keren naar de aarde. Maar SpaceX heeft nog meer plannen. Het bedrijf wil dit jaar nog vier ruimtetoeristen in een baan om de aarde plaatsen. En over een paar jaar zouden acht ruimtetoeristen ook een vlucht om de maan moeten maken. Ondertussen zijn Blue Origin en Virgin Galactic druk bezig om zogenoemde suborbitale toeristische tripjes op poten te zetten. Het laatstgenoemde bedrijf verwacht zelfs dit jaar nog haar eerste ruimtetoerist – oprichter Richard Branson himself – in de ruimte te brengen.

Uitdagingen
Hoewel de plannen elkaar in rap tempo opvolgen en zo het idee kan ontstaan dat het tijdperk van het ruimtetoerisme is aangebroken, zullen toeristische ruimtevluchten ook in de komende jaren naar verwachting nog een sporadisch verschijnsel zijn. Dat het ‘massatoerisme’ zolang op zich laat wachten, is volgens Robert Goehlich, Adjunct Assistant Professor aan de Embry-Riddle Aeronautical University en expert op het gebied van ruimtetoerisme, goed te verklaren. Ruimtevaartorganisaties of bedrijven die toeristen op grote schaal in de ruimte willen brengen, staan namelijk voor grote uitdagingen. “Ten eerste moet je veilige ruimteschepen hebben. Ten tweede moet je milieuvriendelijk opereren. En ten derde moet je het ook winstgevend zien te maken.”

Mijlpalen
Tegelijkertijd is er in de afgelopen decennia natuurlijk wel enige vooruitgang geboekt, zo benadrukt Goehlich, die twintig jaar geleden in zijn thesis al uiteenzette hoe sporadische toeristische ruimtevluchten in drie stappen uit zouden kunnen groeien tot massatoerisme. “Mijn benadering was als volgt. Eerst moet je mensen bewust maken van (de mogelijkheid tot) ruimtetoerisme. Vervolgens moet je suborbitale ruimteschepen ontwikkelen en met regelmaat inzetten. En tenslotte moet je orbitale ruimteschepen ontwikkelen en die regelmatig gebruiken.”

“De Inspiration4-missie is een mix tussen liefdadigheid en een loterij”

Aan het stukje bewustwording is de afgelopen decennia al hard gewerkt, zo stelt Goehlich. Hij wijst daarbij drie belangrijke gebeurtenissen aan die ertoe geleid hebben dat het ruimtetoerisme in het nieuws kwam en mensen zich bewust werden van de mogelijkheden. “Allereerst was er in 1964 het moment waarop je bij Pan Am kon reserveren voor een missie naar de maan. Het was uiteindelijk meer een marketingcampagne dan een serieus ruimtetoerismeprogramma, maar het maakte mensen wel bewust van het idee van ruimtetoerisme. Een tweede mijlpaal was Dennis Tito’s verblijf in het ISS in 2001, waarmee ruimtetoerisme echt werkelijkheid werd. En de derde mijlpaal waren de drie succesvolle suborbitale vluchten van Virgin Galactics SpaceShipOne in 2004 (een testvlucht en twee ‘echte’ vluchten). Het veranderde onze kijk op de mogelijkheid van ruimtetoerisme, omdat de privaat gefinancierde raket niet langer een droom was, maar een succesverhaal werd.” En een vierde mijlpaal is wat Goehlich betreft in de maak. “De Inspiration4-missie.” Tijdens deze missie zal SpaceX – dit jaar nog – vier ruimtetoeristen in een baan om de aarde brengen. De missie zal de boeken ingaan als de eerste volledig door toeristen bemande ruimtevlucht. Maar dat is niet de enige reden waarom Goehlich deze nu al als een mijlpaal voor het ruimtetoerisme ziet. Het is namelijk vooral de manier waarop deze gefinancierd wordt, die de aandacht van de onderzoeker trekt. “Het is een mix tussen liefdadigheid en een loterij.” De vier zitjes zijn opgekocht door de rijke zakenman Jared Isaacman. Eentje is voor hemzelf. De andere wordt verloot onder mensen die geld doneren aan St. Jude, een ziekenhuis in Memphis (VS). Het derde zitje is voor een medewerker van datzelfde ziekenhuis. En het vierde stoeltje is voor de winnaar van een wedstrijd die georganiseerd wordt door Isaacmans Shift4Shop. “Dit is in mijn optiek een heel nieuwe aanpak, met enorme potentie.” Want door een soort loterij te organiseren – die al dan niet gekoppeld is aan een goed doel – komt er veel kapitaal vrij waarmee ruimtetoerisme ook daadwerkelijk winstgevend kan worden. “Dit kan zeker helpen om de eerder genoemde uitdaging – geld verdienen met ruimtetoerisme – het hoofd te bieden.”

De toeristen die met Virgin Galactic reizen, kiezen voor een zogenoemde suborbitale ruimtevlucht. Dat betekent dat ze wel naar de ruimte reizen, maar terugkeren naar de aarde alvorens hun ruimteschip een rondje om onze planeet heeft kunnen voltooien. Het zijn dus maar korte tripjes. Hun ruimtevaartuig – SpaceShipTwo – hangt daarbij in eerste instantie onderaan een vliegtuig dat het ruimteschip naar een hoogte van zo’n 15 kilometer brengt. Heel even zweeft het ruimteschip, maar dan worden de raketmotoren gestart en begint het ruimteschip aan een behoorlijk steile reis omhoog. Tijdens die klim bereikt het ruimteschip een snelheid die grofweg vergelijkbaar is met 3,5 keer de snelheid van het geluid. Wanneer het ruimteschip meer dan 100 kilometer van het aardoppervlak verwijderd is (en de ruimte bereikt heeft), worden de raketmotoren uitgeschakeld en zijn de astronauten aan boord gedurende enkele minuten gewichteloos. De zwaartekracht trekt het ruimteschip vervolgens weer naar de aarde. Waarna het ruimteschip als een vliegtuig landen kan. Afbeelding: Virgin Galactic.

Ruimtetoerisme blijft kleinschalig en duur
Inmiddels staan de eerste suborbitale en orbitale toeristische vluchten op het punt van beginnen. Maar het blijven vooralsnog sporadische vluchten, die bovendien alleen zijn weggelegd voor de rijken. Een tripje naar het ISS kost al snel tientallen miljoenen dollars. En zelfs voor de korte suborbitale vluchten van Virgin Galactic moet je enkele tonnen meebrengen. Gehoopt wordt dat de kosten dalen wanneer het aantal vluchten toeneemt. Ook lagere productiekosten en het hergebruik van rakettrappen (zoals SpaceX doet) kunnen leiden tot een gunstiger prijskaartje. Maar een werkelijk betaalbaar kaartje is nog ver weg en ook sterk afhankelijk van hoe het de komende jaren gaat, zo stelt professor Geoffrey Crouch, een expert op het gebied van toerisme en marketing, die in de afgelopen jaren ook onderzoek heeft gedaan naar ruimtetoerisme. “De toekomst van ruimtetoerisme hangt heel sterk af van het succes van de vluchten van Virgin Galactic of SpaceX. Elk succes of elke mislukking – met name als deze resulteert in het verlies van levens – zal significant van invloed zijn op het lot en de toekomst van ruimtetoerisme. Als de vluchten succesvol zijn, zouden de prijzen – zoals je in elke nieuwe industrie ziet gebeuren – moeten dalen.” Aan die prijsdaling liggen verschillende factoren ten grondslag. “Opschaling, technologische ontwikkelingen en een toename in concurrentie,” zo somt Crouch er een paar op. En dat kost allemaal tijd.

Afwachten
Het is dit jaar 20 jaar geleden dat ruimtetoerist Tito de ruimte inging. Maar het tijdperk van het ruimtetoerisme moet duidelijk nog beginnen. Wanneer dat precies zal gebeuren, is ondanks de wilde plannen van de talloze ruimtevaartbedrijven lastig vast te stellen. “Virgin Galactic suggereert al jaren op rij dat kan worden begonnen met commerciële ruimtevluchten, maar de startdatum wordt ook al heel wat jaren op rij telkens iets opgeschoven,” aldus Crouch. En dus zit er niets anders op dan ook de komende jaren rustig af te wachten. Even kijken hoe de eerste vluchten gaan verlopen. En even zien wat de prijs doet. Want uiteindelijk is grootschalig ruimtetoerisme alleen denkbaar in een wereld waarin veel mensen zo’n vakantietripje naar de ruimte aandurven én kunnen betalen.

Tenslotte kun je je – met vervuilde aardse stranden en door toeristen overlopen werelds erfgoed in gedachten – natuurlijk afvragen of grootschalig ruimtetoerisme eigenlijk wel zo wenselijk is. Daar zijn de meningen over verdeeld, maar Goehlich denkt van wel, zo vertelde hij eerder. “Mensen die naar de ruimte reizen, zien de aarde anders, als een collectief geheel. Ik denk dat dat voordelig is voor de ontwikkeling van de mensheid.” Of we zo straks toch allemaal de vruchten gaan plukken van het ruimtetoerisme? De tijd zal het ons – vroeg of laat – leren.