Veel bestaande opvattingen over de ontstaansgeschiedenis van de mens werden in het afgelopen jaar aan het wankelen gebracht.

Het vakgebied Human Origins is volop in beweging, zo blijkt wel uit deze (1,2,3) artikelen die vorig jaar van mijn hand op Scientias.nl verschenen. Er komen steeds nieuwe, en vaak onverwachte archeologische vondsten bij. Ook het DNA-onderzoek naar het genoom van oude, archaïsche mensachtigen opent steeds weer andere vensters. Vooral omdat het hele nieuwe wortels en ook kruisverbanden in onze evolutionaire roots kan ontdekken en ontcijferen. Ik citeerde de Leidsche hoogleraar Human Origins Wil Roebroeks begin 2015 daar al over in mijn eerste artikel: “Het zijn vreemde tijden in mijn vakgebied want er wordt tegenwoordig meer in het lab gevonden dan in de grond!”

De nieuwe mensachtige, ontdekt in de Red Deer-grot in China. Afbeelding: Peter Schouten.

De nieuwe mensachtige, ontdekt in de Red Deer-grot in China. Afbeelding: Peter Schouten.

Turbulent
Terugblikkend was 2015 helemáál een turbulent jaar voor zijn vakgebied. Want er werden in dat jaar veel ontdekkingen gedaan die bestaande denkbeelden over waar we oorspronkelijk vandaan komen op de schop namen. Neem bijvoorbeeld twee archeologische vondsten, beide gedaan in het zuidwesten van China. De eerste verwijst naar het feit dat de moderne mens, Homo sapiens, veel eerder in Azië present was dan tot voor kort werd gedacht. Uitgebreid nader onderzoek van al jaren eerder opgegraven menselijke fossielen toonde aan dat dáár al 100.000 jaar geleden moderne mensen leefden. Sommigen vermoedden dat al, maar voor velen is dat toch een grote verrassing. Want “we” verlieten Afrika toch pas 50.000 à 60.000 jaar geleden?! Er zijn de laatste jaren wel sterke aanwijzingen opgedoken dat er een eerdere emigratiegolf was (of zelfs golven) wat de eerdere Chinese aanwezigheid van Homo sapiens kan verklaren.
En dan het tweede voorbeeld: er leefde in een ander, bergachtig gebied in zuidwest China een tot dusver onbekende, kleine mensensoort. Dat is op zich al groot nieuws maar wat het echt spectaculair maakte is dat hij tot minimaal 14.000 jaar geleden leefde!

Nieuwe inzichten
Ik wil in dit artikel aan de hand van onder andere deze twee ontdekkingen laten zien hoe 2015 voeding gaf aan (geheel) nieuwe inzichten over onze menselijke wortels. Tot in die mate dat lang gekoesterde opvattingen sterk ter discussie worden gesteld. In dat betoog betrek ik de vers verworven inzichten (want niet ouder dan 5 jaar) die voortkomen uit DNA-onderzoek (genomen) van archaïsche mensensoorten. Svante Pääbo, werkzaam bij het Max Planck Instituut in Leipzig, is het boegbeeld bij uitstek van dat soort onderzoek.

De exclusieve Out of Africa-theorie heeft zijn beste tijd gehad.

De exclusieve Out of Africa-theorie heeft zijn beste tijd gehad.

Onze oorsprong is veel en veel complexer dan we dachten
Laten we het eerste voorbeeld nemen: Homo sapiens dook dus al veel eerder op in Azië. Waarom is dat een tamelijk revolutionaire gedachte? Omdat de “communis opinio” tot recent was dat Homo sapiens zich vanaf ongeveer 200.000 tot 150.000 jaar geleden in Afrika ontwikkelde waarna hij pas zo’n 50.000 á 60.000 jaar geleden via het Midden-Oosten dat continent verliet om de wereld te koloniseren. Dat heet de Out of Africa (OOA) theorie. Onderdeel van die theorie is bovendien dat Homo sapiens door zijn veronderstelde dominante intelligentie c.q. technologie in staat bleek om een andere mensensoort (de Neanderthaler) als het ware weg te vagen en zijn unieke stempel op ons, de moderne mens te drukken. Zo bezien loopt er een ononderbroken, onaangetaste genetische lijn van een soort Afrikaanse “Adam en Eva” naar ons, de moderne mensen. Dit romantische want “zuivere” OOA-beeld is niet meer houdbaar, zoals ik verder uiteen probeer te zetten. Het is te simplistisch en het is zelfs niet uitgesloten dat het heel anders is gegaan. De wereldberoemde archeoloog Chris Stringer die in de jaren tachtig van de vorige eeuw de toon zette voor de OOA-theorie is in 2015 overstag gegaan. Hij heeft publiekelijk laten weten dat een dergelijke exclusieve Afrikaanse afstamming herzien moet worden.
Met name Azië komt nu veel meer in de picture. De opvatting die nu oprukt is dat dit continent een prominente rol speelde in de ontstaansgeschiedenis van de menselijke soort. Maar waarom nu pas? Wel, archeologische vondsten uit dit werelddeel zijn nog zeer schaars en ze worden relatief toevallig aangetroffen: paleo-antropologen zijn nog zeker niet gericht aan het zoeken geslagen op dit enorme continent.
Ook “Europa” laat zich niet onbetuigd: vers (voorlopig) genetisch onderzoek naar (pre-)Neanderthalers uit de Spaanse Sima grotten oppert zelfs dat onze gemeenschappelijke voorouder uit Europa is geremigreerd naar Afrika. Dat zou de wereld op zijn kop zijn!

Een botje van Homo denisova. Afbeelding: Thilo Parg.

Een botje van Homo denisova. Afbeelding: Thilo Parg.

In Azië waren tot voor kort verschillende mensensoorten tijdgenoten
Het tweede voorbeeld dat ik noemde, dat van die kleine Chinese mensensoort, illustreert verder dat een simplistische theorie van onze afstamming niet meer deugt. Het toont aan dat er ook vanaf de laatste honderdduizend jaar verschillende mens(achtig)en min of meer tijdgenoten waren; zelfs tot 14.000 jaar geleden! Neem ook Homo floresiensis, de kleine mens van het eiland Flores. Nader onderzoek in 2015 maakt het nu erg aannemelijk dat het een eigen mensensoort was en (dus) niet een gedegenereerde Homo sapiens. Ook Homo denisova is een Aziaat; hij is in de Oeral aangetroffen. Er wordt nu bovendien steeds meer verondersteld dat de Neanderthaler het Aziatisch continent als brongebied had en zich van daaruit verspreidde naar Europa en Noord-Afrika. Uit genetische analyses komt steeds de bevinding naar voren dat er nog minimaal één andere, niet geïdentificeerde voorouder in onze genenpoel moet zitten. Het zoú de mensensoort kunnen zijn in Taiwan is gevonden waar ik het in een eerder artikel over had.

Resten van Homo naledi. Afbeelding: eLife 2015;4:e09560.

Resten van Homo naledi. Afbeelding: eLife 2015;4:e09560.

Zij aan zij leven
Zo loopt de teller aardig op en je kunt er van uitgaan dat dit nog wel enige tijd doorgaat. Het is op zich al een baanbrekende gedachte dat (veel?) verschillende mensensoorten tot zelfs de laatste tien- tot honderdduizenden jaren in de tijd naast elkaar leefden. Ook Afrika kent een grotere (archaïsche) mensenvariëteit dan tot voor kort gedacht. Markant voorbeeld daarvan is onder andere de ontdekking van Homo naledi. Die werd gevonden in 2013 maar in 2015 – alweer – zijn de eerste onderzoekresultaten gepubliceerd. H. naledi is een raadselachtige mengelmoes: hij liep net als wij rechtop, maar had erg kleine hersenen. Tóch concludeerden de onderzoekers dat hij zijn doden begroef! Hij is nog niet gedateerd, maar je zou toch veronderstellen dat hij minimaal 2 miljoen jaar oud is. Hoewel enkelen beweren dat hij véél later leefde en dus zelfs het begraven van “ons”, Homo sapiens, kon afkijken. Het is één ding je te realiseren dat de wereld bevolkt werd door meerdere mensensoorten tegelijk inclusief Homo sapiens, maar het wordt nog ingrijpender als we beseffen dat ze het over en weer met elkaar deden. En hier komt de eerder genoemde onderzoeker Svante Pääbo in beeld.

DNA onderzoek wijst uit dat mensensoorten het (soms) met elkaar deden
Paböo vindt dat wij, Homo sapiens, onderdeel zijn van een “metapopulatie” waarbinnen met tussenpozen “gene flow” plaatsvond. Enige uitwisseling van genen binnen die populatie middels seksueel contact was dan eigenlijk een normale zaak. Neanderthalers en Denisova’s horen zeker ook bij die populatie plus de nog niet geïdentificeerde soort waar ik het net over had. Een andere manier om dit te zeggen is dat wij als ”moderne mensen” tot op zekere hoogte hybride producten zijn: kruisingen tussen Homo sapiens en anderen. Zo is de schatting dat 1 tot 4% van ons DNA afkomstig is van Neanderthalers. Ook Homo denisova maakt dus deel uit van die partij en dat is goed te zien in het DNA van de huidige Indonesische archipel populatie (wel 6%). En als we naar Europa kijken dan getuigt de vondst van een schedel in Roemenië van omstreeks 40.000 jaar geleden van een hybride kruising. Die heeft heel duidelijk zowel Neanderthaler als Homo sapiens trekken. Trouwens, het idee dat Homo sapiens in zijn expansiedrift de Neanderthaler zomaar wegvaagde, staat ook ter discussie. Zo simpel was het waarschijnlijk niet: er zijn steeds meer aanwijzingen dat ze een tijdje naast elkaar leefden en (technieken) van elkaar leerden.

Terugkomend op hybridisatie: uit de evolutionaire biologie is bekend dat gene flow tussen verwante soorten evolutionaire processen kan versnellen. Het kan dé manier zijn om je als soort heel rap aan veranderende omstandigheden aan te passen. Dit zou dus ook voor Homo sapiens kunnen opgaan: bijvoorbeeld door Neanderthaler- en/of Denisova-genen op te nemen toen hij oprukte naar veel koudere en/of hoger gelegen gebieden op de aardbol. Zo is aangetoond dat Tibetanen een “hoogte-gen” hebben van Denisova’s die in het Oeral gebergte leefden.

“Zoveel heeft 2015 ook duidelijk gemaakt: we zijn absoluut niet bijzonder!”

Onze evolutie lijkt meer op een vertakte kronkelweg dan op een rechte lijn
De metafoor die past bij het nieuwe denken over onze menselijke evolutie is die van een web of een kronkelweg met vele vertakkingen, doodlopende paden en zelfs teruglopende weggetjes. De wetten van de natuurlijke evolutie waren 100% op onze eigen oorsprong van toepassing net als bij elk ander (zoog)dier. Zoveel heeft 2015 óok verder duidelijk gemaakt: we zijn absoluut niet bijzonder! Dus vergeet bijvoorbeeld een romantisch – veel te zuiver – Afrikaans Adam en Eva-scenario. En die evolutie gaat gewoon door, alleen kunnen we nu niet goed zien hoe. Dit vertelde Simon Verhulst erover in een recent vraaggesprek met Scientias.nl. Enfin, uit die zeer gevarieerde evolutionaire experimenten en smeltkroezen zijn wij als enige mensensoort overgebleven. Misschien is dát wel het meest verwonderlijke; dat er nu maar één mensensoort over is: Homo sapiens in al zijn kleurrijke verscheidenheid. Hoewel, er bestaat hier en daar een sterk geloof dat er zelfs in deze tijden nog, of in elk geval zeer recent, een reuzen(aap)mens rondloopt of -liep; meest bekend onder namen als Yeti, Bigfoot of Sasquatch.

Zijn wij hoogontwikkelde “roofapen”?
Afgelopen najaar volgde ik colleges bij de filosoof/naturalist Pouwel Slurink. Hij is een overtuigd aanhanger van de evolutieleer en probeert te doordenken wat dergelijke evolutionaire inzichten voor de menselijke psychologie betekenen. Dat vakgebied heet evolutionaire psychologie. In de colleges noemde hij Homo sapiens dikwijls een intelligente roofaap. Een hele slimme primaat die zich onder andere door het leren eten van dieren, vlees dus, aan de top van voedselketen positioneerde. En die zich pakweg de afgelopen miljoen jaar mede daardoor zaken heeft eigen gemaakt als een grote herseninhoud, gesproken taal en hoogontwikkelde technologie. Maar die per saldo net als andere (zoog)dieren ondanks deze extra “bagage” onverminderd wordt aangestuurd door veelal onbewuste instincten die wij in die miljoen jaar behouden en zelfs doorontwikkeld hebben. Die onzichtbare – want onbewuste – instinctieve krachten die we uit onze evolutie hebben meegekregen houden ons volgens hem nog steeds grotendeels in de greep! Daarover volgende keer meer wanneer ik wil ingaan op het relatief nieuwe vakgebied van de evolutionaire psychologie.

Dit artikel is geschreven door Rob Oele. Rob (1953) heeft in de jaren ’70 ontwikkelingspsychologie gestudeerd en is altijd zeer geïnteresseerd geweest in de ontstaansgeschiedenis van de mens. Nu hij sinds kort is gestopt met werken ziet hij zijn kans schoon om zich daar echt in te verdiepen. Hij is van plan om met regelmaat de Scientias.nl-lezers te informeren over zijn bevindingen naarmate hij zich verder verdiept in dit “vakgebied in beweging”.