Nu in één klap zeven aarde-achtige planeten zijn ontdekt, rijst opnieuw de vraag: is dit dan de plek waar we de eerste aliens gaan aantreffen?

Het verhaal van de aarde-achtige planeet in zeven vragen.

Wat is een aardachtige planeet?
Planeten zijn er in verschillende smaakjes. Zo heb je de grote gasreuzen – zoals Jupiter en Saturnus – maar ook kleinere, rotsachtige planeten – zoals de aarde en Mars. Planeten die rotsachtig zijn en qua grootte vergelijkbaar zijn met de aarde, worden als ‘aardachtig’ of ‘aarde-achtig’ bestempeld.

De aardachtige planeet Proxima b die op slechts enkele lichtjaren afstand van de aarde staat. Afbeelding: ESO / M. Kornmesser.

Waarom zijn juist deze planeten zo interessant?
In de ogen van astrobiologen – onderzoekers die zich bezighouden met buitenaards leven – zal een aardachtige planeet het altijd winnen van een gasreus an sich. Een gasreus is namelijk – mede doordat deze geen vast oppervlak heeft – niet direct een plek waar je leven zoals wij dat kennen, zou verwachten. Waar zou je dat leven wel verwachten? Nou, op een planeet die lijkt op de enige planeet waarvan we zeker weten dat deze leven herbergt: de aarde. En dat brengt ons dus bij de aardachtige planeten.

Het lukt niet!

We zoeken al decennialang naar buitenaards leven. Waarom hebben we het dan eigenlijk nog steeds niet gevonden? Zes mogelijke antwoorden op die vraag kun je hier vinden!

Maar is elke aardachtige planeet dan een potentiële woonplaats van aliens?
Zeker niet! Want alleen een rotsachtige samenstelling en een omvang die doet denken aan die van de aarde, maakt van een planeet nog geen geschikte plaats voor leven. Daarvoor is meer nodig (opnieuw uitgaande van de vereisten die het leven zoals wij dat kennen, heeft). Zo gaan onderzoekers ervan uit dat een planeet vloeibaar water moet bevatten, wil er leven mogelijk zijn. Dat betekent dat de planeet niet te dicht bij zijn ster moet staan (want dan verdampt eventueel vloeibaar water op het oppervlak door de warmte van de ster), maar ook niet te ver weg (want dan bevriest datzelfde water). De zone rond een ster waarin de temperatuur precies goed is om vloeibaar water op het oppervlak van een planeet mogelijk te maken, noemen onderzoekers de leefbare zone. Maar met water alleen ben je ook nog niet klaar. Een planeet moet bijvoorbeeld ook een atmosfeer hebben. En dan zijn er ook nog externe factoren om rekening mee te houden. Bijvoorbeeld: doet de ster waar de planeet omheen draait geen gekke dingen (denk aan het uitstoten van heftige zonnevlammen die dodelijke röntgen- of ultraviolette straling op een planeet afvuren)? En als we al een planeet aantreffen die aan alle eisen voldoet, moeten we natuurlijk ook nagaan of deze leefbare omstandigheden toch niet van korte duur zijn. Want we weten uit eigen ervaring: het ontstaan van leven heeft tijd nodig.

Het doet vermoeden dat de spoeling dun is?
Inderdaad, de moed kan je in de schoenen zakken. Er zijn tenslotte nogal wat eisen waar een planeet aan moet voldoen, wil daarop het leven zoals wij dat kennen mogelijk zijn. Vandaar dat sommige onderzoekers ook stellen dat we niet langer enkel op zoek moeten gaan naar buitenaards leven dat op ons lijkt. Ze wijzen erop dat het leven zoals wij dat nu kennen zo geëvolueerd is in reactie op de omstandigheden op aarde. De kans dat we een planeet vinden waarop diezelfde omstandigheden een rol hebben gespeeld, lijkt nihil. Dus misschien moeten we op een meer ruimdenkende manier naar leven gaan zoeken en er ook rekening mee houden dat aliens gewoon heel anders zijn dan aardse levensvormen en dus ook heel andere eisen stellen aan hun omgeving. Voortbordurend op die gedachte zouden we misschien ook wel op plekken die totaal niet op de aarde lijken leven kunnen vinden. Hoog in de lucht rond een bruine dwerg (mislukte ster) bijvoorbeeld.

Een artistieke impressie van de James Webb-telescoop. Deze in aanbouw zijnde telescoop is de krachtigste ruimtetelescoop die ooit gebouwd is. Afbeelding: NASA.

Eigenlijk weten we dus niet waar we naar op zoek zijn?
Precies. En dat maakt de zoektocht ook zo lastig. De volgende generatie telescopen zal naar verwachting in staat zijn om in de atmosfeer van exoplaneten op zoek te gaan naar sporen van leven. Maar deze telescopen kunnen onmogelijk alle planeten afspeuren. En dus moeten we een selectie maken. En daarbij laten we ons – heel logisch – leiden door wat we over het leven en de behoeften die het heeft, weten. Vandaar dat deze telescopen naar alle waarschijnlijkheid in eerste instantie toch de blik zullen gaan richten op de planeten die het meest van de aarde weg hebben. Maar in een later stadium kunnen er natuurlijk nog wel eens nieuwe kandidaten voor buitenaards leven worden gevonden die veel minder van de aarde weg hebben.

De maan Europa. Afbeelding: NASA.

Waar moet ik dan aan denken?
Exo-manen! Als je onderzoekers vraagt: waar in het zonnestelsel is de kans dat we buitenaards leven vinden, het grootst? Zul je vaak antwoorden krijgen als ‘Europa‘ of ‘Enceladus‘. Deze manen cirkelen rond een gasreus en zijn bedekt met een kilometers dikke laag ijs. Klinkt niet heel aantrekkelijk voor leven, maar onder die ijslaag bevindt zich een vloeibare oceaan waarin de omstandigheden wellicht gunstig genoeg zijn om het ontstaan van leven mogelijk te maken. Als je bedenkt dat de gasreuzen in ons zonnestelsel tientallen manen bezitten, lijkt het heel aannemelijk dat ook gasreuzen buiten ons zonnestelsel manen hebben. Als je vervolgens bedenkt dat de meeste planeten die tot op heden zijn ontdekt van het type ‘gasreus’ zijn, wordt het nog interessanter. Helaas zijn we op dit moment nog niet in staat om exomanen te ontdekken. Onze telescopen zijn daarvoor niet krachtig genoeg. Maar dat gaat ongetwijfeld veranderen. En dan kan de zoektocht naar leven wel eens een andere wending krijgen!

Waar zullen we uiteindelijk de eerste aliens vinden?
Dat is dus koffiedik kijken. Op dit moment lijken manen als Europa en Enceladus veelbelovend. Maar ook een planeet als Proxima b is een kanshebber. Wat wel vaststaat, is dat de komende jaren onze kansen op het vinden van sporen van leven enorm vergroot worden, door nieuwe generaties telescopen zoals James Webb, TESS en PLATO. Een garantie voor het vinden van de aliens is het natuurlijk niet. Want we weten niet waar ze zich ophouden. We weten niet hoe ze eruit zien. We weten niet wat ze nodig hebben. Sterker nog: we weten eigenlijk niet eens of ze er wel zijn. Zo zijn er onderzoekers die vermoeden dat er ooit aliens zijn geweest, maar dat deze reeds zijn uitgestorven. Weer anderen wijzen erop dat de ruimte zo groot is dat het nog wel 1500 jaar kan duren voor we aliens – als ze bestaan – ontdekken. Weer anderen pleiten ervoor niet te hard op zoek te gaan naar aliens om een interstellaire oorlog te voorkomen. En dan zijn er natuurlijk ook nog de mensen die stellen dat de aliens al lang onder ons zijn… Wordt ongetwijfeld vervolgd!